Ethisch Charter Aikido

aikido-ethic-charter

 

  1. The aim of Aikido is to strengthen mind and body accumulating daily training and hard work together with our fellow practitioners.
  2. In daily training it is important to cultivate a mental attitude of understand and respect for our training partners. In this manner, one seeks that one becomes a well-balanced person of sincerity and devotion.
  3. The Spirit of Aikido: Aiki means Love. To accomplish the mission and responsibility to cherish and protect all things is the true way of Budo. Aiki also means to overcome one’s ego and extinguish your opponent’s will to fight. Thus, Aikido becomes a way to enable an absolute self-improvement by erasing the existence of the opponent itself.

(Excerpt from ‘Aikido’ by Mr. Morihei Ueshiba)

En daarom hebben wij een zwaard

Een van de eerste dingen die opvalt wanneer je aikidoka’s ziet, is dat wij vaak werken met houten zwaarden. En dat roept vragen op. Want wat is het nut van trainen met een archaïsch maar dodelijk wapen in een vredelievende krijgskunst?

David en Frédéric aan de blaarmeersten

Laat ons meteen de belangrijkste misvatting uit de wereld helpen. Wij trainen niet met het zwaard vanuit het oogpunt van zelfverdediging. Want neen, praktisch is dat niet, met zo’n zwaard tussen je broeksriem rondlopen om je te wapenen tegen gauwdieven in de Veldstraat.

En toch is het zwaardwerk een onmisbaar fundament in je groei als krijgskunstenaar en aikidoka in het bijzonder.  En wel om een paar heel goede redenen. Lees maar even mee.

David wordt even groot als Goliath

Wanneer je houding, verplaatsing en techniek perfect zijn, is een techniek moeiteloos. In alle andere gevallen compenseer je tijdens de uitvoering: je past je verplaatsing aan, je verandert de techniek of je gebruikt eenvoudig meer spierkracht. Wie dan wat sterker is, heeft dan eigenlijk toch nog dat tikje voordeel. In ongewapend werk krijgt Goliath toch nog vaker de bovenhand op David. Zeker bij de wat minder geoefende leerlingen.

Bij zwaardwerk valt dat fysieke voordeel volledig weg: of jij nu 100 kilo kan bench pressen, 200 keer kan pompen op je duimen of een kop groter bent dan Michael Jordan. Het helpt je niets bij zwaardwerk. Ja, je kan dan harder duwen tegen het zwaard. Een geoefend zwaardvechter zal je dan graag zien inkomen: even tegenduwen, het zwaard subtiel  afleiden en jij spiest jezelf heel krachtig op zijn punt. De kracht die je nodig hebt om een zwaard te hanteren is de kracht die je nodig hebt om het correct boven je hoofd te tillen en recht naar beneden te snijden. Niets meer.

Een scherprechter voor je techniek

Een handbreed. Of de breedte van het zwaard: dat is de foutenmarge die je hebt bij het zwaard. Of, martiaal bekeken: het verschil tussen leven en dood. Tel daarbij het hefboomeffect van een zwaardslag: die maakt dat een zwaardslag veel sneller afstanden overbrugt dan een ongewapende aanval. Daardoor vraagt het zwaard veel nauwkeurigere verplaatsingen en accuratere timings.

Dat wordt heel tastbaar wanneer je dezelfde techniek met en zonder zwaard uitvoert (want ja, in Aikido kan dat). Neem bijvoorbeeld shomen uchi kote gaeshi in het voorbeeld hierboven (kijk vanaf 29:26). Je ziet de techniek eerst ongewapend, dan gewapend. Merk op hoe bij de Sensei de lichaamshouding en de verplaatsingen exact hetzelfde zijn. Of hij zijn boken in de hand heeft of niet, maakt voor hem eigenlijk niet meer uit. En merk op hoe precies de timings en controle van het zwaard bij Nishio is: de aanvaller is op geen enkel ogenblik de situatie meester.

Daarom vinden leraars het vaak nuttig om de ongewapende technieken aan het eind van de les nog ’s te herhalen met wapens. Zodat de leerlingen hun technieken nog kunnen verfijnen of aftoetsen aan een scherpere aanval.

Onder het zwaard: een levenshouding

Bij zwaardwerk is het alsof je een andere dimensie van de krijgskunst binnenkomt. Alles wordt ernstiger en formeler. De bedreiging van een zwaard wordt veel tastbaarder dan wanneer je aanvaller met lege handen tegenover jou staat. Wanneer iemand je krachtig met een zwaardslag naar je hoofd aanvalt, ervaar je onversneden stress. Je panikeert. Waardoor je spieren gaan opspannen en je gaat verkrampen. Waardoor je meteen kansloos wordt in een zwaardgevecht. De training is dus: ontspannen blijven onder de stress van het zwaard.

En die houding is eigenlijk de essentie van Budo, de weg van de Samoerai: onder het zwaard leven. Een beroemde legende verhaalt over een Samoerai die zijn zwaard boven zijn bed aan één zijden draad hing, met de punt naar beneden. Om zo letterlijk rust te vinden onder de bedreiging van het zwaard.

Die houding is een van de belangrijkste dingen die je kan leren in de dojo, want ze helpt je omgaan met stresssituaties van het dagelijkse leven. Want als je onder een zwaardaanval kalm kan blijven, kan je dat ook onder de minder tastbare deadlines die we dagelijks opgelegd krijgen.

En zo verrijkt een zwaard het leven.

Tot slot nog dit: wanneer we zwaardwerk trainen, doen we dat in aikido met een houten zwaard, de boken. Af en toe zie je meesters zoals Nishio shihan hierboven technieken met een metalen zwaard uitvoeren. Merk op dat ze dan telkens alleen zijn. Hou er dan ook rekening mee dat die sensei dan al dennia lang dagelijks professioneel aikido beoefenen. En besef tot slot dat het waarschijnlijk om Iaito gaat, botte aluminium training zwaarden. Wanneer een leraar jou voorstelt om met geslepen staal te trainen, pak dan onmiddellijk je biezen: dit is levensgevaarlijk.

Tips voor de toekomstige aikidoka

Het is niet gemakkelijk om een club of lesgever te vinden die volledig aan je verwachtingen beantwoordt. Vergeet niet dat, los van je verwachtingen, de leraar ook een mens is met eigen ideeën en prioriteiten. Trouwens wanneer je bezig bent met het wikken en wegen van de leraar, kan je misschien ook eens even in een spiegel kijken en je afvragen of jijzelf wel overeenkomt met de “ideale” leerling voor deze leraar? Wanneer je potentiële leraar slechts gedeeltelijk overeenkomt met wat je zoekt, zal dit je dan beletten om enthousiast de lessen te volgen en er zo profijt uit te halen? Denk eraan dat het beter is één kaars aan te steken en tevreden te zijn met een bescheiden vlammetje dan te blijven vloeken omdat het zo donker is!
Er valt ook één en ander te zeggen over de houding van je zelf als beginner. Welke houding moet je als aikidoka aannemen tegenover deze hele situatie en hoe moet je je gedragen?

  • Toon respect en wees beleefd en vriendelijk. Indien mogelijk neem je best contact op met de leraar (persoonlijk of via de telefoon) voor dat je je aanbiedt. Wanneer je aankomt, stel je dan voor. Vraag ook aan de leraar wat hij verkiest : je kan de ganse les vanop de zijlijn meemaken, maar misschien verkiest hij wel dat je ineens meedoet. Wanneer je de les vervoegt, probeer dan met volle aandacht mee te doen. Vergeet niet dat jij niet alleen de leraar probeert te beoordelen, maar waarschijnlijk doet hij net hetzelfde met jou.
  • Ga ervan uit dat de leraar meer weet dan jij…
  • Blijf kritisch ingesteld (maar dan in stilte!). Overspoel de leraar niet met vragen tijdens dat eerste bezoek. Respecteer de antwoorden die je krijgt op je vragen, zelfs wanneer je het er niet mee eens bent, of ze niet helemaal begrijpt.
  • Blijf openstaan voor andere meningen en verwacht niet dat de leraar het altijd met je eens zal zijn.

Sta ook eens even stil bij de dingen die de leraar bij jou wil zien :

  • enthousiasme
  • bereid zijn om te oefenen
  • discipline
  • alert zijn
  • open van geest zijn
  • de tradities en de leraar respecteren
  • gevoel voor humor (hopelijk!)

Een leraar kiezen kan enorm belangrijk zijn. Wanneer je er enkel op uit bent aikido eens te proberen (met de bedoeling het volgende trimester yoga te kiezen, of tai-bo) dan kan een ondergekwalificeerde 25-jaar-oude instructeur, waarschijnlijk geen kwaad (maar pas toch op voor je knieën of polsen!). Maar wanneer je motivatie wat ernstiger is, dan loont het ongetwijfeld de moeite om op zoek te gaan naar een goede leraar of club. Dat je dan vaak een extra inspanning moet leveren om regelmatig de lessen bij te wonen, is misschien én van de betere beleggingen die je tijdens je leven zal doen. Dus, kritisch blijven is O.K., maar respect en bescheidenheid zijn zeker niet misplaatst. Bescheidenheid zal je trouwens ook tegenkomen bij de grootste meesters…tenslotte zijn ook zij nog steeds leerling…

tot op de mat…
Gaétan

Belangrijk in Aikido

oefenen…
respect voor etiquette vanaf je intrede in de dojo
nette kledij
goed geknoopte gordel
hakama in de juiste plooien
zooris langs de tatami
jo, ken en tanto bij de tatami
afwachten van de lesgever in stilte
correcte seiza
respectvolle groet
dankbetuiging aan O sensei voor de weg die hij ons heeft voorgesteld
meester en leerling
opwarming en concentratie
vallen en opstaan
plaatsen en verplaatsing
observatie en actie
uke en tori
tori en uke
aanval en verdediging
nabootsen en onderzoek
balans en stabiliteit
werpen en immobiliseren
centrum en richting
energie samenbundelen
verbetering van de andere
verbetering van zichzelf
eenheid en harmonie
respect voor je partner
wederzijds begrip
verdraagzaamheid
stilte terug vinden
bezinnen tijdens slot ceremonie
oefenen
oefenen en nog oefenen…

Atemi

Doel van atemi in Aikido

Atemi is in aikido steeds in de techniek aanwezig als onmisbaar onderdeel. Het is geen techniek op zich, maar een gegeven dat de technieken efficiënter maakt, indien de atemi correct gebruikt wordt binnen de techniek.

Atemi is niet allleen maar een vuistslag.

atemi

Atemi waza is de kunst van het efficiënt te slaan, stoten en duwen op vitale punten alsook speciale knijptechnieken waarbij lichaamsdelen als natuurlijke wapens worden ingezet.

Feitenlijk is het een onderdeel van het Jiu jitsu. Het zijn vaak experts die met behulp van deze technieken het doden van tegenstanders voorkomen en ze op die manier controleren.

Meer specifiek in Aikido gebruikt men een atemi om de kracht van een aanval te controleren of de tegenstander af te leiden bij het begin van je oefening om je zo goed te plaatsen. Hierbij kan de atemi soms hard, soms zacht gebruikt worden. Vervolgens zal je soms een atemi nodig hebben om je verplaatsing te bekrachtigen of mogelijk te maken. En tenslotte kan je nog een atemi nuttigen voor je afwerking. Er kan dus een atemi gegeven worden op elk ogenblik. Echter, voor mij mag er dus geen sprake zijn van automatisme om een atemi te gebruiken, maar veeleerder een mogelijk hulpmiddel om je techniek te ondersteunen waar het noodzakelijk is.

Dus: Geef gerust een atemi waar het nodig is zonder het te gaan gebruiken als versiering voor je techniek.

  1. een finishing slag toebrengen indien nodig (maar dan moet je wel die atemi’s extra trainen);
  2. een tweede aanval verhinderen;
  3. juiste afstand houden;
  4. juiste richting inzetten;
  5. metsubushi: het zicht van je partner verstoren (hiervoor gebruik je een zeer lichte atemi);
  6. de positie en het evenwicht van je partner verstoren door via de atemi zijn aandacht van de aanval weg te nemen.

Niet on-interessant om te weten:

Dim-mak of kyusho, of namelijk het slaan op de vitale punten, het ene is een chinees woord, het ander de Japanse vertaling. Het isvooral gebaseerd op de Chinese accupunctuur en werd ontwikkeld voor eigen veiligheid en deze van familie of clan. In Dim-mak gaat men er vanuit dat er energie (chi) doorheen een aantal kanalen in het lichaam loopt, meridianen genoemd. Deze energie regelt, envoudig gezegd,alle organen en levensfuncties van het lichaam. Op deze meridianen liggen punten (tsubo) van waaruit men deze energie kan manipuleren in zowel de goede zin (accupunctuur) als in slechte zin (dim-mak of kyusho).

De kennis van deze punten kwam via deze Chinese gevechtskunstenaars naar Okinawa, waar zij opgenomen werd in de bestaande gevechtskunsten, te, zoals gekend in het Shuri-te, Tamari-te. Daar werd zij Ryukyu-kempo genoemd en deze had zoals dim-mak eveneens een helende als destructieve toepassing. Het was Funakoshi die een verwaterde vorm van deze kunst naar Japan bracht in het begin van vorige eeuw, waar deze door de Japanners werd geuniformiseerd en gecommercialiseerd, van naam veranderd en als karatedoorheen heel de wereld werd verspreid zoals hun judo (eveneens een verwaterde vorm van de lijf-aan lijf gevechtstecnieken van de samoerai), aikido en andere. Beoefenaars kunnen zich wel verdedigen , maar niet met dezelfde efficiëntie als voorheen.

In die vroegere tijden was het van levensbelang zich te kunnen verdedigen. Overal waren er families die meester waren in bepaalde vechtstijlen en die enkel geoefend werden in de familie en niet aan buitenstaanders werden aangeleerd en dit om een begrijpelijk lijfsbehoud. In dat verband geef je je eigen geheimen niet prijs. Zodoende zocht onder andere een zekere Chang bepaalde vormen van bewegingen opdat familie en eventueel een uitgelezen leerling, deze vechtkunst kon leren, onthouden en trainen zonder een ander pijn te doen of te doden. Daarvoor gebruikte hij een soort kata, een aaneenschakeling van abstracte bewegingen die men traag of snel zonder partner kon uitvoeren en waarvan alleen de ingewijde de betekenis kende.

Met hun kennis van Qi chong gaven zij aan bepaalde kata-vormen een extra dimensie, zodat er een kata voor een bepaalde techniek, in een iets gewijzigde vorm en lettend op de ademhaling en de chi-stroom, een oefening werd, die goed voor de lichaamfuncties waren. Deze werd dan de oorspronkelijke dim-mak genoemd, met al zijn zelfverdediginstechnieken en genezende aspecten.

In de late 19de eeuw werd de originele vorm van dim-mak uiteindelijk taichi chuan of taiji quan genoemd. Het huidige onderwezen tai chi heeft weinig meer te maken met de originele vorm en wordt voornamelijk onderwezen voor zijn helende en ontspannende werking. De oorzaak zou een bijeenkomst van alle gekende meesters in het begin van de jaren 1900, waarin beslist werd buitenstaanders van deze toen nog geheime kennis te weren. Dit werd vrij goed opgevolgd door de meesten, die zelfs de minder harde aspecten nog weglieten. Ze verklaarde zich akkoord hun kennis enkel door te geven aan een geselecteerd persoon. Zo bleef deze kennis toch in het geheim bestaan, totdat een tiental jaren geleden onder anderen door Erle Montaigue het moment rijp achtte deze via boeken, video enz vrij te geven.

Hakama

Algemeen is een hakama in een donkere kleur geverfd. Symbolisch stelt de hakama(onder), samen met de witte gi(boven) de vereniging van tegengestelden (jin & jang) voor.

De negatief principe of In (yin) wordt vertegenwoordigd door wit (Keiko-gi) De bovenste gedeelte van ons lichaam moet inderdaad volledig ontspannen zijn bij het uitvoeren van de bewegingen om onze energie te laten doorstromen.
De positief principe of Yo (yang) wordt vertegenwoordigd door zwart (hakama) Onze houding moet sterk en stevig zijn om ons te verankeren in de grond.
Zo zijn die twee polariteiten verenigd ter hoogte van je hara, namelijk ter hoogte van je gordel. Het is zo dat je hara de centrum is van alle bewegingen,of eigenlijk de vrucht van een correct harmonie tussen die twee principes.

Een stukje geschiedenis
hakama-1Het gebruik van de hakama gaat al heel ver terug. In de 10de eeuw na Christus is de eerste documentatie over de hakama reeds gevonden. Men gebruikte de hakama in de rechtzaal en op het kijzerlijk hof. Van hieruit bereikte het meerdere klassen hieronder. De kwaliteit van de hakama verschilde danook per klasse. Dit alles had natuurlijk te maken met de welgesteldheid van de Japanner in die tijd. De bekendste Drager van de broekrok blijft echter de Samurai. Deze 24 uur per dag soldaat was altijd herkenbaar aan zijn hakama, zijn werkkleding. Dit is de zgn bajou bakama, de paardrijhakama. De hakama was oorspronkelijk bedoeld om de benen van een ruiter te beschermen. Net zoiets als de leren “chaps” van een cowboy. Leer was echter een schaars goed in het oude Japan.

Daarnaast had je de tsutsu bakama, de pijphakama. Deze werd gebruikt in de tijd van oorlog en door boeren op het veld. Hij werd ook wel no bakama genoemd, veld-hakama. De bajou bakama is de hakama die we vandaag de dag het vaakst zien.

De hakama’s die vrouwen droegen, leken meer op moderne rokken en werden gedragen bij formele gelegenheden. De vrouwelijke strijders droegen geen hakama. Pas veel later begonnen de vrouwen de broekrok te dragen bij vechtkunsttraining.

In de tijd van O Sensei was iedereen verplicht een hakama te dragen ongeacht de graduering. Het witte (keiko-gi) trainingspak werd gezien als onderkleding en was het erg onbeleefd om geen hakama te dragen.
Er zijn getuigenissen van toenmalige inwonende aikidobeoefenaarsdat Morihei dan compleet door het lint ging en dat de persoon in kwestie de training vanaf de kant maar verder moest volgen! (dixit Saito)

Doordat de meesten echter te arm waren zag je een bonte verzameling van de hakama. Mocht je geen familielid hebben die er toevallig één had, dan knipte men er één uit een foeton en verfde deze. Ook de lengte varieerde nogal eens. In het naoorlogse Japan waren veel dingen moeilijk te krijgen, inclusief textiel. Vanwege dit gebrek trainden zij zonder hakama. Ze probeerden hakama’s te maken van verduisteringsgordijnen.

Maar omdat de gordijnen jaren in de zon hadden gehangen viel de stof bij de knieën uit elkaar zodra we suwariwaza gingen doen. Ze waren voortdurend bezig deze hakama’s op te lappen. Onder deze omstandigheden kwam Tamura sensei met het voorstel: “Waarom zeggen we niet gewoon dat het geen probleem is om te trainen zonder hakama totdat je shodan bent?” Dit idee werd naar voren geschoven als een tijdelijke gedragsregel om uitgaven te beperken. Het idee om dit voorstel te accepteren had niets te maken met de hakama als symbool voor dan-graduering.

De vouwen in de hakama

Er bevinden zich zeven vouwen in de hakama. Vijf aan de voorzijde en twee aan de achterzijde.
De twee plooien aan de achterkant ontlenen hun betekenis uit een vers van een Japanse mythe. Volgens dit verhaal hielpen de twee Japanse oorlogsgoden Take-Mikazuchi-no-Kami en Futsu-Nushi-no-Kami de belangrijkste god Amaterasu-Omikami de god van de zon, om van het verdeelde Japan één natie te maken, puur met waardigheid, zonder wapens te gebruiken.
Musashi_ts_picDe Koshi-ita, een versteviging op de rugzijde die de achterste plooien bij elkaar houdt, vertegenwoordigd Amaterasu-Omikami. Het geheel staat voor Wa (harmonie).
De vijf plooien aan de voorkant staan voor de vijf principes waaraan men zich dient te houden; Zij representeren samen de zeven deugden van Budo.

Voorzijde
Jin (menslievendheid),
Gi (eer en gerechtigheid),
Rei (beleefdheid en etiquette),
Chi (wijsheid en intelligentie),
Shin (oprechtheid),

Achterzijde
Chu (loyaliteit),
Koh (vroomheid).
Deze deugden vinden we terug in de samurai uit het verleden. Deze deugden zijn door veel generaties doorgegeven en belichamen de ware Budo gedachte, een gedachte waarvan aikido deel uitmaakt.

 

Hoe zit het met de hakama in de hedendaagse budo?
Beoefenaars van Iai-do, kendo, Jodo zijn enkele andere krijgskunsten waar de hakama gedragen wordt.

Wanneer mag de hakama worden gedragen?
Laten we ons alleen tot aikido beperken, daarin zijn de verschillen al groot genoeg. Elke organisatie houdt er zo zijn eigen ideeën op na. Bij de een is het dragen van een hakama verplicht vanaf dag 1 terwijl bij anderen het recht van dragen verkregen wordt bij het behalen van de zwarte band (shodan). Ook verschilt het tijdstip van dragen bij mannen en vrouwen nogal eens. Waar mannen de hakama mogen dragen bij hun shodan, mogen vrouwen hem al dragen tijdens hun kyugraden.
Tamura Sensei geeft aan dat iedereen die Aikido serieus beoefent, een Hakama kan gaan dragen. Wij houden ons aan de regel dat je vanaf je 4de kyu een hakama kunt dragen. Nogal een verscheidenheid dus!
Over de kleur zijn we het eigenlijk wel eens: blauw of zwart waarbij de laatste het meest algemeen is.
Afsluiten doe ik met de volgende: “Katachi dewa naku, kimo-chi”
Niet de vorm, maar het gevoel erachter is het belangrijkst.

De hakama wordt gedragen uit respect voor de traditie, omdat hij de rug verstevigt en de cirkelvormige bewegingen onderstreept door de beweging van de plooien. De Hakama is geen teken van superioriteit ten opzichte van medestudenten die er (nog) geen dragen.

Het is je misschien niet opgevallen, maar er komen steeds meer hakama’s op onze tatami. Gefeliciteerd en welkom! Het valt misschien nog minder op, maar al deze zwartrokken hebben een eigen manier om de stof te knopen. Pas op: hiermee wil ik niet zeggen welke manier de beste is! Het is namelijk sterk afhankelijk van de lengte van de banden, de intensiteit van je training of je lichaamsbouw. Wat belangrijk is dat hakama en je obi op of tegen je heup behoren. Daarom moet hij vrij los aangespannen worden. Het voordeel is het onbelemmerd ademhalen en de vrije bewegingen. Je ki zit dan minder ingesloten en je lichaam beweegt meer als een geheel.