Budo for Life 2015

Op zondag 13 december organiseren we samen met de andere Japanse krijgskunsten die actief zijn in S&R Rozebroeken een uniek event – Budo for Life – in samenwerking met Music for Life (StuBru) en ten voordele van Dokters van de Wereld.

budo-dokters

Het doel is om van 9 tot 19 u open trainingen te voorzien, samen met jullie, door middel van een vrije gift. Ook zal er mogelijkheid zijn om de deelnemende clubs beter te leren kennen met hun staanplaats. Uitzonderlijk zal gedurende de trainingen aangepaste muziek worden gespeeld door een Dj!
En er zullen budo-pralines te koop zijn!

Je komt toch ook?
Breng gerust vrienden, familie, kennissen en al wie je onderweg tegenkomt mee!

En daarom hebben wij een zwaard

Een van de eerste dingen die opvalt wanneer je aikidoka’s ziet, is dat wij vaak werken met houten zwaarden. En dat roept vragen op. Want wat is het nut van trainen met een archaïsch maar dodelijk wapen in een vredelievende krijgskunst?

David en Frédéric aan de blaarmeersten

Laat ons meteen de belangrijkste misvatting uit de wereld helpen. Wij trainen niet met het zwaard vanuit het oogpunt van zelfverdediging. Want neen, praktisch is dat niet, met zo’n zwaard tussen je broeksriem rondlopen om je te wapenen tegen gauwdieven in de Veldstraat.

En toch is het zwaardwerk een onmisbaar fundament in je groei als krijgskunstenaar en aikidoka in het bijzonder.  En wel om een paar heel goede redenen. Lees maar even mee.

David wordt even groot als Goliath

Wanneer je houding, verplaatsing en techniek perfect zijn, is een techniek moeiteloos. In alle andere gevallen compenseer je tijdens de uitvoering: je past je verplaatsing aan, je verandert de techniek of je gebruikt eenvoudig meer spierkracht. Wie dan wat sterker is, heeft dan eigenlijk toch nog dat tikje voordeel. In ongewapend werk krijgt Goliath toch nog vaker de bovenhand op David. Zeker bij de wat minder geoefende leerlingen.

Bij zwaardwerk valt dat fysieke voordeel volledig weg: of jij nu 100 kilo kan bench pressen, 200 keer kan pompen op je duimen of een kop groter bent dan Michael Jordan. Het helpt je niets bij zwaardwerk. Ja, je kan dan harder duwen tegen het zwaard. Een geoefend zwaardvechter zal je dan graag zien inkomen: even tegenduwen, het zwaard subtiel  afleiden en jij spiest jezelf heel krachtig op zijn punt. De kracht die je nodig hebt om een zwaard te hanteren is de kracht die je nodig hebt om het correct boven je hoofd te tillen en recht naar beneden te snijden. Niets meer.

Een scherprechter voor je techniek

Een handbreed. Of de breedte van het zwaard: dat is de foutenmarge die je hebt bij het zwaard. Of, martiaal bekeken: het verschil tussen leven en dood. Tel daarbij het hefboomeffect van een zwaardslag: die maakt dat een zwaardslag veel sneller afstanden overbrugt dan een ongewapende aanval. Daardoor vraagt het zwaard veel nauwkeurigere verplaatsingen en accuratere timings.

Dat wordt heel tastbaar wanneer je dezelfde techniek met en zonder zwaard uitvoert (want ja, in Aikido kan dat). Neem bijvoorbeeld shomen uchi kote gaeshi in het voorbeeld hierboven (kijk vanaf 29:26). Je ziet de techniek eerst ongewapend, dan gewapend. Merk op hoe bij de Sensei de lichaamshouding en de verplaatsingen exact hetzelfde zijn. Of hij zijn boken in de hand heeft of niet, maakt voor hem eigenlijk niet meer uit. En merk op hoe precies de timings en controle van het zwaard bij Nishio is: de aanvaller is op geen enkel ogenblik de situatie meester.

Daarom vinden leraars het vaak nuttig om de ongewapende technieken aan het eind van de les nog ’s te herhalen met wapens. Zodat de leerlingen hun technieken nog kunnen verfijnen of aftoetsen aan een scherpere aanval.

Onder het zwaard: een levenshouding

Bij zwaardwerk is het alsof je een andere dimensie van de krijgskunst binnenkomt. Alles wordt ernstiger en formeler. De bedreiging van een zwaard wordt veel tastbaarder dan wanneer je aanvaller met lege handen tegenover jou staat. Wanneer iemand je krachtig met een zwaardslag naar je hoofd aanvalt, ervaar je onversneden stress. Je panikeert. Waardoor je spieren gaan opspannen en je gaat verkrampen. Waardoor je meteen kansloos wordt in een zwaardgevecht. De training is dus: ontspannen blijven onder de stress van het zwaard.

En die houding is eigenlijk de essentie van Budo, de weg van de Samoerai: onder het zwaard leven. Een beroemde legende verhaalt over een Samoerai die zijn zwaard boven zijn bed aan één zijden draad hing, met de punt naar beneden. Om zo letterlijk rust te vinden onder de bedreiging van het zwaard.

Die houding is een van de belangrijkste dingen die je kan leren in de dojo, want ze helpt je omgaan met stresssituaties van het dagelijkse leven. Want als je onder een zwaardaanval kalm kan blijven, kan je dat ook onder de minder tastbare deadlines die we dagelijks opgelegd krijgen.

En zo verrijkt een zwaard het leven.

Tot slot nog dit: wanneer we zwaardwerk trainen, doen we dat in aikido met een houten zwaard, de boken. Af en toe zie je meesters zoals Nishio shihan hierboven technieken met een metalen zwaard uitvoeren. Merk op dat ze dan telkens alleen zijn. Hou er dan ook rekening mee dat die sensei dan al dennia lang dagelijks professioneel aikido beoefenen. En besef tot slot dat het waarschijnlijk om Iaito gaat, botte aluminium training zwaarden. Wanneer een leraar jou voorstelt om met geslepen staal te trainen, pak dan onmiddellijk je biezen: dit is levensgevaarlijk.

Zomerregeling

zonnigGeen trainingen meer in dojo Driebeek deze zomermaanden.
Nieuw: training op zaterdag in Rozebroeken!

Data trainingen dojo Rozebroeken:

  • di 30/06: 20u30 – 22u00
  • zat 04/07: 9u-10u30
  • di 07/07: 20u30 – 22u00
  • zat 11/07: 9u-10u30
  • di 14/07: 20u30 – 22u00
  • zat 18/07: 9u-10u30
  • di 21/07: GEEN LES
  • di 18/08: 20u30 – 22u00
  • zat 22/08: 9u30-11u
  • di 25/08: 20u30 – 22u00
  • zat 29/08: 9u30-11u

Hopend jullie talrijk te ontmoeten!

Start nieuwe seizoen in Dojo Rozebroeken:
di 01/09: 20u30 – 22u00 !
Start nieuwe seizoen in Dojo Driebeek:
do 03/09: 20u00 – 21u30 !
Start nieuwe seizoen in Dojo Watersportbaan:
ma 21/09: 20u00 – 22u00 !

Tips voor de toekomstige aikidoka

Het is niet gemakkelijk om een club of lesgever te vinden die volledig aan je verwachtingen beantwoordt. Vergeet niet dat, los van je verwachtingen, de leraar ook een mens is met eigen ideeën en prioriteiten. Trouwens wanneer je bezig bent met het wikken en wegen van de leraar, kan je misschien ook eens even in een spiegel kijken en je afvragen of jijzelf wel overeenkomt met de “ideale” leerling voor deze leraar? Wanneer je potentiële leraar slechts gedeeltelijk overeenkomt met wat je zoekt, zal dit je dan beletten om enthousiast de lessen te volgen en er zo profijt uit te halen? Denk eraan dat het beter is één kaars aan te steken en tevreden te zijn met een bescheiden vlammetje dan te blijven vloeken omdat het zo donker is!
Er valt ook één en ander te zeggen over de houding van je zelf als beginner. Welke houding moet je als aikidoka aannemen tegenover deze hele situatie en hoe moet je je gedragen?

  • Toon respect en wees beleefd en vriendelijk. Indien mogelijk neem je best contact op met de leraar (persoonlijk of via de telefoon) voor dat je je aanbiedt. Wanneer je aankomt, stel je dan voor. Vraag ook aan de leraar wat hij verkiest : je kan de ganse les vanop de zijlijn meemaken, maar misschien verkiest hij wel dat je ineens meedoet. Wanneer je de les vervoegt, probeer dan met volle aandacht mee te doen. Vergeet niet dat jij niet alleen de leraar probeert te beoordelen, maar waarschijnlijk doet hij net hetzelfde met jou.
  • Ga ervan uit dat de leraar meer weet dan jij…
  • Blijf kritisch ingesteld (maar dan in stilte!). Overspoel de leraar niet met vragen tijdens dat eerste bezoek. Respecteer de antwoorden die je krijgt op je vragen, zelfs wanneer je het er niet mee eens bent, of ze niet helemaal begrijpt.
  • Blijf openstaan voor andere meningen en verwacht niet dat de leraar het altijd met je eens zal zijn.

Sta ook eens even stil bij de dingen die de leraar bij jou wil zien :

  • enthousiasme
  • bereid zijn om te oefenen
  • discipline
  • alert zijn
  • open van geest zijn
  • de tradities en de leraar respecteren
  • gevoel voor humor (hopelijk!)

Een leraar kiezen kan enorm belangrijk zijn. Wanneer je er enkel op uit bent aikido eens te proberen (met de bedoeling het volgende trimester yoga te kiezen, of tai-bo) dan kan een ondergekwalificeerde 25-jaar-oude instructeur, waarschijnlijk geen kwaad (maar pas toch op voor je knieën of polsen!). Maar wanneer je motivatie wat ernstiger is, dan loont het ongetwijfeld de moeite om op zoek te gaan naar een goede leraar of club. Dat je dan vaak een extra inspanning moet leveren om regelmatig de lessen bij te wonen, is misschien én van de betere beleggingen die je tijdens je leven zal doen. Dus, kritisch blijven is O.K., maar respect en bescheidenheid zijn zeker niet misplaatst. Bescheidenheid zal je trouwens ook tegenkomen bij de grootste meesters…tenslotte zijn ook zij nog steeds leerling…

tot op de mat…
Gaétan

Suburi

Een goed suburi werk om thuis en in de dojo te gebruiken

1. Hou je oefening eenvoudig en gebruik zo groot mogelijke bewegingen.
2. Let op dat je bewegingen noch gehakt worden, noch in stukken uitgevoerd worden.
3. Het correct vasthouden van je zwaard is van een primordiaal belang: noch te hard, noch te zacht. Een zwaardmeester zei ooit: “Hou je zwaard zoals je een vogel zou vasthouden: druk je te veel vast en je zal het doden, hou je hem te zachtjes en de vogel zal wegvliegen”.
4. Indien er te veel spanning is zal vermoeidheid snel (evenals de blaren aan de handen) opkomen, hetgeen anderzijds niet wil zeggen dat geen enkele teken van vermoeidheid een goede oefening is: al te vaak vinden de beginnelingen dat 500 suburi slagen niet vermoeien, en dit wil vaak zeggen dat de beweging slecht werd uitgevoerd.
5. Je schouders zullen uw rechters zijn: de spanning, de starheid, de krampen zijn het teken van een slecht werk. Suburi maken het lichaam niet hard, deze versoepelen het: zij moeten een zuiverend effect van het lichaam geven.
6. De nauwkeurigheid, de controle, de exacte vorm en een harmonische ritme moeten grondig gezocht worden. Enkel gebruik van macht maakt niet het mogelijk om de beheersing van je zwaard te verkrijgen.

suburi1

7. Een machinale herhaling zal slechts een machinaal resultaat geven.
Het is enkel met een bewuste en aanhoudende aandacht dat je werk betrouwbare resultaten van waarde zal geven. De herhaling is een absolute noodzaak maar enkel de kwaliteit van de geest zal hem zijn waarde ervan kunnen geven.
8. Als de suburi je verstarren, stop dan voor een tijd en vervangt deze met dagelijks ademhalingsoefeningen of meditatie. Wanneer je een duidelijker en nauwkeuriger idee van je werk zal hebben, begin dan pas opnieuw met de suburi.
9. Een andere vorm van suburi kan uitgeoefend worden: TANREN – UCHI (Suburi door op een voorwerp te treffen: takken, takkenbossen, band, enz…). Echter, is het belangrijk te onthouden dat een getroffen slag niet hetzelfde is als van een snijdende slag. De capaciteit om te snijden ontwikkelt men met TAMESHI – GIRI (snijden van een doelwit) en vereist dus het gebruik van een echte zwaard. Maar door zijn zeldzaamheid en prijs, is de uitvoering van deze oefening moeilijker en minder frekwent. Trouwens, deze techniek vereist een grote beheersing. In gevolg, dreigt een slechte slag de lemmet te beschadigen en soms zelfs te breken. In elk geval, TAMESHI – GIRI traint je best onder de leiding van een zwaardmeester.
10. Een BOKKEN kunnen hanteren impliceert echter niet dat je een zwaard kan hanteren, het tegenovergestelde is wel waar: als je een zwaard kan hanteren, kan je een BOKKEN (een zwaard hanteren wil niet zeggen alleen maar enkele bewegingen kennen) hanteren.

suburi2

Verder gebruik ik een basissysteem voor suburi met zwaard afgeleid van Sugano en Tamura Shihan

De suburi technieken moeten vrij strikt uitgeoefend worden en volgens de principes van Aikido. Het is belangrijk om in elke suburi zijn of haar Ki zoveel mogelijk te gebruiken. Een suburi uitgevoerd met “volle” Ki is beter dan duizenden oefeningen die zonder voldoende kracht worden uitgeoefend.
De basishouding voor de suburi reeks is een hanmi kamae waarbij de tsuka (handvat) in een lijn met de navel moet zijn. Deze houding in een lijn maakt de bewegingen naar voor en achter gemakkelijker. Hou verder je zwaard met de pink en ringvinger van je linker hand stevig vast. De andere vingers van de linker hand hou je soepel. Beschouw je linker hand als een motor. De rechter hand hou je zwaard eveneens soepel vast. Beschouw je rechter hand dan als een stuur.

Eerste Suburi
Het is belangrijk dat je zwaard mooi boven het hoofd wordt opgeheven (vertikaal) en bij de slag precies tot de loodlijn komt (horizontaal).
Zoals in alle suburi van Aikido, moet het zwaartepunt laag zijn op het moment van de slag.

Tweede Suburi
Schuif de rechter voet achteruit op het moment dat je zwaard zich boven het hoofd opheft. Wanneer de slag wordt gegeven, gaat de rechter voet vooruit en lanceer je de rechter heup naar voren.

Derde Suburi
Het is één van de technieken die beroep doet op kokyu of ademkracht.
Hef je zwaard boven het hoofd en breng de rechter voet met een stap achteruit. Deze verticale positie in lijn laat de universele kracht (Ki) toe om door de spits van je zwaard en uw geheel lichaam door te dringen. Wanneer je zwaard zich naar de achterkant verlaagt, hou je adem in. Op het moment waar de slag wordt gedragen door met de achterste voet naar voor te brengen, breng je heup dan goed naar voor. Sla toe in één stevig uitademing.

Vierde Suburi
Het is één van de technieken die beroep doet op irimi principe.
Scherp op met de punt van je zwaard door je armen in extensie te brengen, gelijktijdig schuif je je rechter voet (tsuki). Vervolgens hef je zwaard boven het hoofd en sla je toe met een shomen uchi. Keer dan terug in Basis houding (kamae). Tracht te bewegen in een geheel.

Vijfde Suburi
Verplaatsing naar de rechterkant of de linkerkant uit de aanvalslijn.
Hef je zwaard boven het hoofd en breng de rechter voet met een diagonaal stap over de aanvalslijn. Op het einde van de verplaatsing, komt je zwaard vertikaal te staan door een stap naar voor te nemen.
Vervolgens te herhalen met de linker voet.

Zesde Suburi
Het maakt niet uit welke voet naar voor is, een aanval is op elk moment mogelijk. Komt de slag aan de rechterkant bijvoorbeeld verleng je (met tsuki) de aanval met de rechter (voorste voet) voet naar voor, vervolgens een bescherming van je hoofd en de zijkant met je zwaard en tenslotte met een instap je slag geven.

Zevende Suburi
Het maakt niet uit welke voet naar voor is, een aanval is op elk moment mogelijk. Komt de slag aan de rechterkant bijvoorbeeld verleng je (met tsuki) de aanval met de linker (achterste voet) voet naar voor te brengen, vervolgens een bescherming van je hoofd en de zijkant met je zwaard en tenslotte met een instap je slag geven.

Belangrijk in Aikido

oefenen…
respect voor etiquette vanaf je intrede in de dojo
nette kledij
goed geknoopte gordel
hakama in de juiste plooien
zooris langs de tatami
jo, ken en tanto bij de tatami
afwachten van de lesgever in stilte
correcte seiza
respectvolle groet
dankbetuiging aan O sensei voor de weg die hij ons heeft voorgesteld
meester en leerling
opwarming en concentratie
vallen en opstaan
plaatsen en verplaatsing
observatie en actie
uke en tori
tori en uke
aanval en verdediging
nabootsen en onderzoek
balans en stabiliteit
werpen en immobiliseren
centrum en richting
energie samenbundelen
verbetering van de andere
verbetering van zichzelf
eenheid en harmonie
respect voor je partner
wederzijds begrip
verdraagzaamheid
stilte terug vinden
bezinnen tijdens slot ceremonie
oefenen
oefenen en nog oefenen…

Atemi

Doel van atemi in Aikido

Atemi is in aikido steeds in de techniek aanwezig als onmisbaar onderdeel. Het is geen techniek op zich, maar een gegeven dat de technieken efficiënter maakt, indien de atemi correct gebruikt wordt binnen de techniek.

Atemi is niet allleen maar een vuistslag.

atemi

Atemi waza is de kunst van het efficiënt te slaan, stoten en duwen op vitale punten alsook speciale knijptechnieken waarbij lichaamsdelen als natuurlijke wapens worden ingezet.

Feitenlijk is het een onderdeel van het Jiu jitsu. Het zijn vaak experts die met behulp van deze technieken het doden van tegenstanders voorkomen en ze op die manier controleren.

Meer specifiek in Aikido gebruikt men een atemi om de kracht van een aanval te controleren of de tegenstander af te leiden bij het begin van je oefening om je zo goed te plaatsen. Hierbij kan de atemi soms hard, soms zacht gebruikt worden. Vervolgens zal je soms een atemi nodig hebben om je verplaatsing te bekrachtigen of mogelijk te maken. En tenslotte kan je nog een atemi nuttigen voor je afwerking. Er kan dus een atemi gegeven worden op elk ogenblik. Echter, voor mij mag er dus geen sprake zijn van automatisme om een atemi te gebruiken, maar veeleerder een mogelijk hulpmiddel om je techniek te ondersteunen waar het noodzakelijk is.

Dus: Geef gerust een atemi waar het nodig is zonder het te gaan gebruiken als versiering voor je techniek.

  1. een finishing slag toebrengen indien nodig (maar dan moet je wel die atemi’s extra trainen);
  2. een tweede aanval verhinderen;
  3. juiste afstand houden;
  4. juiste richting inzetten;
  5. metsubushi: het zicht van je partner verstoren (hiervoor gebruik je een zeer lichte atemi);
  6. de positie en het evenwicht van je partner verstoren door via de atemi zijn aandacht van de aanval weg te nemen.

Niet on-interessant om te weten:

Dim-mak of kyusho, of namelijk het slaan op de vitale punten, het ene is een chinees woord, het ander de Japanse vertaling. Het isvooral gebaseerd op de Chinese accupunctuur en werd ontwikkeld voor eigen veiligheid en deze van familie of clan. In Dim-mak gaat men er vanuit dat er energie (chi) doorheen een aantal kanalen in het lichaam loopt, meridianen genoemd. Deze energie regelt, envoudig gezegd,alle organen en levensfuncties van het lichaam. Op deze meridianen liggen punten (tsubo) van waaruit men deze energie kan manipuleren in zowel de goede zin (accupunctuur) als in slechte zin (dim-mak of kyusho).

De kennis van deze punten kwam via deze Chinese gevechtskunstenaars naar Okinawa, waar zij opgenomen werd in de bestaande gevechtskunsten, te, zoals gekend in het Shuri-te, Tamari-te. Daar werd zij Ryukyu-kempo genoemd en deze had zoals dim-mak eveneens een helende als destructieve toepassing. Het was Funakoshi die een verwaterde vorm van deze kunst naar Japan bracht in het begin van vorige eeuw, waar deze door de Japanners werd geuniformiseerd en gecommercialiseerd, van naam veranderd en als karatedoorheen heel de wereld werd verspreid zoals hun judo (eveneens een verwaterde vorm van de lijf-aan lijf gevechtstecnieken van de samoerai), aikido en andere. Beoefenaars kunnen zich wel verdedigen , maar niet met dezelfde efficiëntie als voorheen.

In die vroegere tijden was het van levensbelang zich te kunnen verdedigen. Overal waren er families die meester waren in bepaalde vechtstijlen en die enkel geoefend werden in de familie en niet aan buitenstaanders werden aangeleerd en dit om een begrijpelijk lijfsbehoud. In dat verband geef je je eigen geheimen niet prijs. Zodoende zocht onder andere een zekere Chang bepaalde vormen van bewegingen opdat familie en eventueel een uitgelezen leerling, deze vechtkunst kon leren, onthouden en trainen zonder een ander pijn te doen of te doden. Daarvoor gebruikte hij een soort kata, een aaneenschakeling van abstracte bewegingen die men traag of snel zonder partner kon uitvoeren en waarvan alleen de ingewijde de betekenis kende.

Met hun kennis van Qi chong gaven zij aan bepaalde kata-vormen een extra dimensie, zodat er een kata voor een bepaalde techniek, in een iets gewijzigde vorm en lettend op de ademhaling en de chi-stroom, een oefening werd, die goed voor de lichaamfuncties waren. Deze werd dan de oorspronkelijke dim-mak genoemd, met al zijn zelfverdediginstechnieken en genezende aspecten.

In de late 19de eeuw werd de originele vorm van dim-mak uiteindelijk taichi chuan of taiji quan genoemd. Het huidige onderwezen tai chi heeft weinig meer te maken met de originele vorm en wordt voornamelijk onderwezen voor zijn helende en ontspannende werking. De oorzaak zou een bijeenkomst van alle gekende meesters in het begin van de jaren 1900, waarin beslist werd buitenstaanders van deze toen nog geheime kennis te weren. Dit werd vrij goed opgevolgd door de meesten, die zelfs de minder harde aspecten nog weglieten. Ze verklaarde zich akkoord hun kennis enkel door te geven aan een geselecteerd persoon. Zo bleef deze kennis toch in het geheim bestaan, totdat een tiental jaren geleden onder anderen door Erle Montaigue het moment rijp achtte deze via boeken, video enz vrij te geven.

Hakama

Algemeen is een hakama in een donkere kleur geverfd. Symbolisch stelt de hakama(onder), samen met de witte gi(boven) de vereniging van tegengestelden (jin & jang) voor.

De negatief principe of In (yin) wordt vertegenwoordigd door wit (Keiko-gi) De bovenste gedeelte van ons lichaam moet inderdaad volledig ontspannen zijn bij het uitvoeren van de bewegingen om onze energie te laten doorstromen.
De positief principe of Yo (yang) wordt vertegenwoordigd door zwart (hakama) Onze houding moet sterk en stevig zijn om ons te verankeren in de grond.
Zo zijn die twee polariteiten verenigd ter hoogte van je hara, namelijk ter hoogte van je gordel. Het is zo dat je hara de centrum is van alle bewegingen,of eigenlijk de vrucht van een correct harmonie tussen die twee principes.

Een stukje geschiedenis
hakama-1Het gebruik van de hakama gaat al heel ver terug. In de 10de eeuw na Christus is de eerste documentatie over de hakama reeds gevonden. Men gebruikte de hakama in de rechtzaal en op het kijzerlijk hof. Van hieruit bereikte het meerdere klassen hieronder. De kwaliteit van de hakama verschilde danook per klasse. Dit alles had natuurlijk te maken met de welgesteldheid van de Japanner in die tijd. De bekendste Drager van de broekrok blijft echter de Samurai. Deze 24 uur per dag soldaat was altijd herkenbaar aan zijn hakama, zijn werkkleding. Dit is de zgn bajou bakama, de paardrijhakama. De hakama was oorspronkelijk bedoeld om de benen van een ruiter te beschermen. Net zoiets als de leren “chaps” van een cowboy. Leer was echter een schaars goed in het oude Japan.

Daarnaast had je de tsutsu bakama, de pijphakama. Deze werd gebruikt in de tijd van oorlog en door boeren op het veld. Hij werd ook wel no bakama genoemd, veld-hakama. De bajou bakama is de hakama die we vandaag de dag het vaakst zien.

De hakama’s die vrouwen droegen, leken meer op moderne rokken en werden gedragen bij formele gelegenheden. De vrouwelijke strijders droegen geen hakama. Pas veel later begonnen de vrouwen de broekrok te dragen bij vechtkunsttraining.

In de tijd van O Sensei was iedereen verplicht een hakama te dragen ongeacht de graduering. Het witte (keiko-gi) trainingspak werd gezien als onderkleding en was het erg onbeleefd om geen hakama te dragen.
Er zijn getuigenissen van toenmalige inwonende aikidobeoefenaarsdat Morihei dan compleet door het lint ging en dat de persoon in kwestie de training vanaf de kant maar verder moest volgen! (dixit Saito)

Doordat de meesten echter te arm waren zag je een bonte verzameling van de hakama. Mocht je geen familielid hebben die er toevallig één had, dan knipte men er één uit een foeton en verfde deze. Ook de lengte varieerde nogal eens. In het naoorlogse Japan waren veel dingen moeilijk te krijgen, inclusief textiel. Vanwege dit gebrek trainden zij zonder hakama. Ze probeerden hakama’s te maken van verduisteringsgordijnen.

Maar omdat de gordijnen jaren in de zon hadden gehangen viel de stof bij de knieën uit elkaar zodra we suwariwaza gingen doen. Ze waren voortdurend bezig deze hakama’s op te lappen. Onder deze omstandigheden kwam Tamura sensei met het voorstel: “Waarom zeggen we niet gewoon dat het geen probleem is om te trainen zonder hakama totdat je shodan bent?” Dit idee werd naar voren geschoven als een tijdelijke gedragsregel om uitgaven te beperken. Het idee om dit voorstel te accepteren had niets te maken met de hakama als symbool voor dan-graduering.

De vouwen in de hakama

Er bevinden zich zeven vouwen in de hakama. Vijf aan de voorzijde en twee aan de achterzijde.
De twee plooien aan de achterkant ontlenen hun betekenis uit een vers van een Japanse mythe. Volgens dit verhaal hielpen de twee Japanse oorlogsgoden Take-Mikazuchi-no-Kami en Futsu-Nushi-no-Kami de belangrijkste god Amaterasu-Omikami de god van de zon, om van het verdeelde Japan één natie te maken, puur met waardigheid, zonder wapens te gebruiken.
Musashi_ts_picDe Koshi-ita, een versteviging op de rugzijde die de achterste plooien bij elkaar houdt, vertegenwoordigd Amaterasu-Omikami. Het geheel staat voor Wa (harmonie).
De vijf plooien aan de voorkant staan voor de vijf principes waaraan men zich dient te houden; Zij representeren samen de zeven deugden van Budo.

Voorzijde
Jin (menslievendheid),
Gi (eer en gerechtigheid),
Rei (beleefdheid en etiquette),
Chi (wijsheid en intelligentie),
Shin (oprechtheid),

Achterzijde
Chu (loyaliteit),
Koh (vroomheid).
Deze deugden vinden we terug in de samurai uit het verleden. Deze deugden zijn door veel generaties doorgegeven en belichamen de ware Budo gedachte, een gedachte waarvan aikido deel uitmaakt.

 

Hoe zit het met de hakama in de hedendaagse budo?
Beoefenaars van Iai-do, kendo, Jodo zijn enkele andere krijgskunsten waar de hakama gedragen wordt.

Wanneer mag de hakama worden gedragen?
Laten we ons alleen tot aikido beperken, daarin zijn de verschillen al groot genoeg. Elke organisatie houdt er zo zijn eigen ideeën op na. Bij de een is het dragen van een hakama verplicht vanaf dag 1 terwijl bij anderen het recht van dragen verkregen wordt bij het behalen van de zwarte band (shodan). Ook verschilt het tijdstip van dragen bij mannen en vrouwen nogal eens. Waar mannen de hakama mogen dragen bij hun shodan, mogen vrouwen hem al dragen tijdens hun kyugraden.
Tamura Sensei geeft aan dat iedereen die Aikido serieus beoefent, een Hakama kan gaan dragen. Wij houden ons aan de regel dat je vanaf je 4de kyu een hakama kunt dragen. Nogal een verscheidenheid dus!
Over de kleur zijn we het eigenlijk wel eens: blauw of zwart waarbij de laatste het meest algemeen is.
Afsluiten doe ik met de volgende: “Katachi dewa naku, kimo-chi”
Niet de vorm, maar het gevoel erachter is het belangrijkst.

De hakama wordt gedragen uit respect voor de traditie, omdat hij de rug verstevigt en de cirkelvormige bewegingen onderstreept door de beweging van de plooien. De Hakama is geen teken van superioriteit ten opzichte van medestudenten die er (nog) geen dragen.

Het is je misschien niet opgevallen, maar er komen steeds meer hakama’s op onze tatami. Gefeliciteerd en welkom! Het valt misschien nog minder op, maar al deze zwartrokken hebben een eigen manier om de stof te knopen. Pas op: hiermee wil ik niet zeggen welke manier de beste is! Het is namelijk sterk afhankelijk van de lengte van de banden, de intensiteit van je training of je lichaamsbouw. Wat belangrijk is dat hakama en je obi op of tegen je heup behoren. Daarom moet hij vrij los aangespannen worden. Het voordeel is het onbelemmerd ademhalen en de vrije bewegingen. Je ki zit dan minder ingesloten en je lichaam beweegt meer als een geheel.

Rei

Buki-waza versus taijutsu-waza samenspel

reiUke (aanvaller) valt Tori (verdediger) “echt“ aan. De intentie van uke moet zijn om tori uit balans te krijgen en hem zo te controleren. Uke is dus niet op harmonie uit in zijn/haar aanval. Tori (ver-)plaatst zich en aanvaardt de
aanval van uke. Tori maakt dus contact met uke. Hij geeft uke wat hij krijgt van hem/haar, niet meer, en niet minder. Uke valt aan totdat hij/zij niet meer kan, want dan “ontsnapt” hij/zij via een roltechniek of aanvaarding met een klemtechniek. Alle aikidobeoefenaar kennen deze samenspel.

De technieken ontstaan vanuit een samenkomen van energie.
Een aanvallende energie en een verdedigende energie.

Het spannende aan dit gebeuren is de voortdurend veranderende dynamiek, de onverwachte ontwikkelingen die kunnen plaatsvinden, de onvoorziene uitkomst. En het spel komt pas echt tot zijn recht bij “vrije” beoefening of jiju-wasa en/of randori, d.w.z. vrije aanval en/of vrije verdediging, waarbij doelgerichtheid bij uke om aan te vallen belangrijk is en doelgerichtheid van tori om een bepaald techniek uit te voeren juist vertroebelend kan werken. Men moet nooit anticiperen, maar het spel zijn werk laten doen, en aanvaarden dat wat ontstaat.

Maar er is meer!

In Aikido is de notie “rei” essentieel. De taak van de leraar is dit zojuist over te brengen op de leerlingen.
Als deze overdracht faalt, zal de ontwikkeling van de leerling mogelijk een verkeerde richting nemen en de ware betekenis binnen de training gaat dan verloren. Rei is een uitdrukking van respect, dus ook wederzijds respect tussen uke en tori.

Maar velen vergeten alles over rei wanneer het ego toeneemt op het moment dat bijvoorbeeld hij/zij zelf leraar(es) zijn of een graad toegekend krijgen. Zowel de ontwikkeling van de geest als de techniek moeten in balans blijven. Wanneer dit niet het geval is vergeet men al snel de bescheidenheid van rei. Men wordt weleens overmoedig, trots en/of zelf arrogant.

Geestelijke ontwikkeling en zuiver techniek kunnen op nogal verschillende aspecten benaderd worden en er hoeft zelfs niet altijd een verband te zijn tussen deze twee. Aikido is daarom leerzaam, omdat het kan leiden tot ontwikkeling op beide vlakken en zowel geestelijke groei kan leiden tot een betere techniek, als omgekeerd.

Echter, als de technieken te oppervlakkig worden aangeleerd zullen leerlingen in verwarring raken. Als alles enkel op techniek gestemd wordt kunnen er nog grotere misverstanden ontstaan. Het voortdurend werken aan de geest mag nooit uit het oog verloren worden.

Een ander voorbeeld van rei ligt in het samenspel in wapenwerk namelijk, tussen uchidachi, degene die de techniek ondergaat, en ukedachi, welke de techniek uitvoert. Op dit punt  bestaat ook veel onduidelijkheid bij de beoefenaars. Beiden hebben een verschillend psychologisch gezichtspunt. Dit is een zeer belangrijk punt dat gehandhaafd en bewaard moet blijven. Dit essentieel verschil geeft goed de rollen weer binnen wapentraining.

Voor een buitenstaander lijkt het dat uchidachi (verliest) en ukedachi (wint) maar er zit meer achter. Uchidachi moet de geest hebben van een opvoeder. Uchidachi leidt ukedachi door een oprechte aanval aan te bieden; hierdoor zal ukedachi het gevoel gaat ontwikkelen zoals het leren verplaatsen, juiste afstand, geestelijke scherpte, gevoel voor openingen en concentratievermogen verbeteren.

Uchidachi moet naast correcte techniek ook een dosis van bescheidenheid gebruiken. De rol van uchidachi is dus vitaal. In traditionele zwaardscholen werd dit toebedeeld aan de meest gevorderden om de rol van aanvaller te “spelen” en de techniek te ondergaan. Dit om er zeker van te zijn dat de aanval correct werd uitgevoerd en met de juiste instelling.

Uchidachi moet een voorbeeld zijn van zuivere en doelgerichte aanvalslijnen, en moet daarnaast ook een intensiteit en een gevoel voor de ernst van een gevechtssituatie overbrengen.

Als uchidachi de ouder of leraar is, dan is ukedachi het kind, de leerling. Het doel voor ukedachi is dat eigen te maken wat aangeboden wordt in de vorm van een aanval van uchidachi.  Helaas zien vele leerlingen dit als het testen of als een competitievorm van kracht en techniek tegen die van Uchidachi. Deze competitie leidt niet tot betere techniek noch een geestelijke groei, omdat de juiste relatie tussen Ukedachi en Uchidachi niet in aanwezig is. Het uitvoeren van de technieken met de juiste instelling draagt bij tot een mentale groei van de leerling.  De rollen van uchidachi en ukedachi zijn totaal onafhankelijk van de graad en/of ervaring van de beoefenaars. Door training leren beiden geven en ontvangen.  Alleen op deze manier is het mogelijk om zowel een geestelijk als technisch te groeien. Er is een verschil tussen het proberen de juiste geest te bewaren en daar niet volledig in slagen, of een volledig gebrek aan begrip en inzet in die richting.

De rol van uchidachi is om te leiden en te sturen, niet om je ego te laten gelden. Het is trouwens verloren tijd wanneer ukedachi probeert om uchidachi te “overwinnen”. Sugano Sensei neemt wel vaker de rol van uchidachi, zelfs met beginners is hij even aandachtig en ernstig. Dit is de rol van uchidachi welke moeilijk te doorgronden en te begrijpen is op het eerst gezicht, en dus lijnrecht tegenover staat met wat we vaak zien. Namelijk, de gevorderde die op anderen indruk wil maken en laten zien wat hij allemaal wel weet/kan. Hierdoor is de kans groot dat men vervalt in competitief gedrag. Uchidachi laat ukedachi groeien door zichzelf op te offeren. Het is met deze inzet waarbij ukedachi zijn eigen geest zal kunnen ontwikkelen.

In elk van onze trainingen moet het begrip van deze zelfopoffering en bescheidenheid in respect sterk aanwezig zijn, de rest is tijdsverlies.

Aikido is niet bedoeld om te winnen of te verliezen, maar om anderen te helpen groeien op hun levenspad.
Dit is de “spirit” waarin wij moeten trainen, elke keer weer. De relatie tussen uke (uchidachi)  en tori (ukedachi), de dynamiek van hun energieën is volgens mij een mooi balansoefening in respect. Het samenkomen van energieën, die zogenaamde aiki, die zo moeilijk te vatten is!

Het interessante echter is dat aan het einde van de techniek, tori uke wordt, en uke tori. (Lees: ukedachi uchidachi wordt, en uchidachi ukedachi).