Zomerregeling

zonnigGeen trainingen meer in dojo Driebeek deze zomermaanden.
Nieuw: training op zaterdag in Rozebroeken!

Data trainingen dojo Rozebroeken:

  • di 30/06: 20u30 – 22u00
  • zat 04/07: 9u-10u30
  • di 07/07: 20u30 – 22u00
  • zat 11/07: 9u-10u30
  • di 14/07: 20u30 – 22u00
  • zat 18/07: 9u-10u30
  • di 21/07: GEEN LES
  • di 18/08: 20u30 – 22u00
  • zat 22/08: 9u30-11u
  • di 25/08: 20u30 – 22u00
  • zat 29/08: 9u30-11u

Hopend jullie talrijk te ontmoeten!

Start nieuwe seizoen in Dojo Rozebroeken:
di 01/09: 20u30 – 22u00 !
Start nieuwe seizoen in Dojo Driebeek:
do 03/09: 20u00 – 21u30 !
Start nieuwe seizoen in Dojo Watersportbaan:
ma 21/09: 20u00 – 22u00 !

Tips voor de toekomstige aikidoka

Het is niet gemakkelijk om een club of lesgever te vinden die volledig aan je verwachtingen beantwoordt. Vergeet niet dat, los van je verwachtingen, de leraar ook een mens is met eigen ideeën en prioriteiten. Trouwens wanneer je bezig bent met het wikken en wegen van de leraar, kan je misschien ook eens even in een spiegel kijken en je afvragen of jijzelf wel overeenkomt met de “ideale” leerling voor deze leraar? Wanneer je potentiële leraar slechts gedeeltelijk overeenkomt met wat je zoekt, zal dit je dan beletten om enthousiast de lessen te volgen en er zo profijt uit te halen? Denk eraan dat het beter is één kaars aan te steken en tevreden te zijn met een bescheiden vlammetje dan te blijven vloeken omdat het zo donker is!
Er valt ook één en ander te zeggen over de houding van je zelf als beginner. Welke houding moet je als aikidoka aannemen tegenover deze hele situatie en hoe moet je je gedragen?

  • Toon respect en wees beleefd en vriendelijk. Indien mogelijk neem je best contact op met de leraar (persoonlijk of via de telefoon) voor dat je je aanbiedt. Wanneer je aankomt, stel je dan voor. Vraag ook aan de leraar wat hij verkiest : je kan de ganse les vanop de zijlijn meemaken, maar misschien verkiest hij wel dat je ineens meedoet. Wanneer je de les vervoegt, probeer dan met volle aandacht mee te doen. Vergeet niet dat jij niet alleen de leraar probeert te beoordelen, maar waarschijnlijk doet hij net hetzelfde met jou.
  • Ga ervan uit dat de leraar meer weet dan jij…
  • Blijf kritisch ingesteld (maar dan in stilte!). Overspoel de leraar niet met vragen tijdens dat eerste bezoek. Respecteer de antwoorden die je krijgt op je vragen, zelfs wanneer je het er niet mee eens bent, of ze niet helemaal begrijpt.
  • Blijf openstaan voor andere meningen en verwacht niet dat de leraar het altijd met je eens zal zijn.

Sta ook eens even stil bij de dingen die de leraar bij jou wil zien :

  • enthousiasme
  • bereid zijn om te oefenen
  • discipline
  • alert zijn
  • open van geest zijn
  • de tradities en de leraar respecteren
  • gevoel voor humor (hopelijk!)

Een leraar kiezen kan enorm belangrijk zijn. Wanneer je er enkel op uit bent aikido eens te proberen (met de bedoeling het volgende trimester yoga te kiezen, of tai-bo) dan kan een ondergekwalificeerde 25-jaar-oude instructeur, waarschijnlijk geen kwaad (maar pas toch op voor je knieën of polsen!). Maar wanneer je motivatie wat ernstiger is, dan loont het ongetwijfeld de moeite om op zoek te gaan naar een goede leraar of club. Dat je dan vaak een extra inspanning moet leveren om regelmatig de lessen bij te wonen, is misschien én van de betere beleggingen die je tijdens je leven zal doen. Dus, kritisch blijven is O.K., maar respect en bescheidenheid zijn zeker niet misplaatst. Bescheidenheid zal je trouwens ook tegenkomen bij de grootste meesters…tenslotte zijn ook zij nog steeds leerling…

tot op de mat…
Gaétan

Suburi

Een goed suburi werk om thuis en in de dojo te gebruiken

1. Hou je oefening eenvoudig en gebruik zo groot mogelijke bewegingen.
2. Let op dat je bewegingen noch gehakt worden, noch in stukken uitgevoerd worden.
3. Het correct vasthouden van je zwaard is van een primordiaal belang: noch te hard, noch te zacht. Een zwaardmeester zei ooit: “Hou je zwaard zoals je een vogel zou vasthouden: druk je te veel vast en je zal het doden, hou je hem te zachtjes en de vogel zal wegvliegen”.
4. Indien er te veel spanning is zal vermoeidheid snel (evenals de blaren aan de handen) opkomen, hetgeen anderzijds niet wil zeggen dat geen enkele teken van vermoeidheid een goede oefening is: al te vaak vinden de beginnelingen dat 500 suburi slagen niet vermoeien, en dit wil vaak zeggen dat de beweging slecht werd uitgevoerd.
5. Je schouders zullen uw rechters zijn: de spanning, de starheid, de krampen zijn het teken van een slecht werk. Suburi maken het lichaam niet hard, deze versoepelen het: zij moeten een zuiverend effect van het lichaam geven.
6. De nauwkeurigheid, de controle, de exacte vorm en een harmonische ritme moeten grondig gezocht worden. Enkel gebruik van macht maakt niet het mogelijk om de beheersing van je zwaard te verkrijgen.

suburi1

7. Een machinale herhaling zal slechts een machinaal resultaat geven.
Het is enkel met een bewuste en aanhoudende aandacht dat je werk betrouwbare resultaten van waarde zal geven. De herhaling is een absolute noodzaak maar enkel de kwaliteit van de geest zal hem zijn waarde ervan kunnen geven.
8. Als de suburi je verstarren, stop dan voor een tijd en vervangt deze met dagelijks ademhalingsoefeningen of meditatie. Wanneer je een duidelijker en nauwkeuriger idee van je werk zal hebben, begin dan pas opnieuw met de suburi.
9. Een andere vorm van suburi kan uitgeoefend worden: TANREN – UCHI (Suburi door op een voorwerp te treffen: takken, takkenbossen, band, enz…). Echter, is het belangrijk te onthouden dat een getroffen slag niet hetzelfde is als van een snijdende slag. De capaciteit om te snijden ontwikkelt men met TAMESHI – GIRI (snijden van een doelwit) en vereist dus het gebruik van een echte zwaard. Maar door zijn zeldzaamheid en prijs, is de uitvoering van deze oefening moeilijker en minder frekwent. Trouwens, deze techniek vereist een grote beheersing. In gevolg, dreigt een slechte slag de lemmet te beschadigen en soms zelfs te breken. In elk geval, TAMESHI – GIRI traint je best onder de leiding van een zwaardmeester.
10. Een BOKKEN kunnen hanteren impliceert echter niet dat je een zwaard kan hanteren, het tegenovergestelde is wel waar: als je een zwaard kan hanteren, kan je een BOKKEN (een zwaard hanteren wil niet zeggen alleen maar enkele bewegingen kennen) hanteren.

suburi2

Verder gebruik ik een basissysteem voor suburi met zwaard afgeleid van Sugano en Tamura Shihan

De suburi technieken moeten vrij strikt uitgeoefend worden en volgens de principes van Aikido. Het is belangrijk om in elke suburi zijn of haar Ki zoveel mogelijk te gebruiken. Een suburi uitgevoerd met “volle” Ki is beter dan duizenden oefeningen die zonder voldoende kracht worden uitgeoefend.
De basishouding voor de suburi reeks is een hanmi kamae waarbij de tsuka (handvat) in een lijn met de navel moet zijn. Deze houding in een lijn maakt de bewegingen naar voor en achter gemakkelijker. Hou verder je zwaard met de pink en ringvinger van je linker hand stevig vast. De andere vingers van de linker hand hou je soepel. Beschouw je linker hand als een motor. De rechter hand hou je zwaard eveneens soepel vast. Beschouw je rechter hand dan als een stuur.

Eerste Suburi
Het is belangrijk dat je zwaard mooi boven het hoofd wordt opgeheven (vertikaal) en bij de slag precies tot de loodlijn komt (horizontaal).
Zoals in alle suburi van Aikido, moet het zwaartepunt laag zijn op het moment van de slag.

Tweede Suburi
Schuif de rechter voet achteruit op het moment dat je zwaard zich boven het hoofd opheft. Wanneer de slag wordt gegeven, gaat de rechter voet vooruit en lanceer je de rechter heup naar voren.

Derde Suburi
Het is één van de technieken die beroep doet op kokyu of ademkracht.
Hef je zwaard boven het hoofd en breng de rechter voet met een stap achteruit. Deze verticale positie in lijn laat de universele kracht (Ki) toe om door de spits van je zwaard en uw geheel lichaam door te dringen. Wanneer je zwaard zich naar de achterkant verlaagt, hou je adem in. Op het moment waar de slag wordt gedragen door met de achterste voet naar voor te brengen, breng je heup dan goed naar voor. Sla toe in één stevig uitademing.

Vierde Suburi
Het is één van de technieken die beroep doet op irimi principe.
Scherp op met de punt van je zwaard door je armen in extensie te brengen, gelijktijdig schuif je je rechter voet (tsuki). Vervolgens hef je zwaard boven het hoofd en sla je toe met een shomen uchi. Keer dan terug in Basis houding (kamae). Tracht te bewegen in een geheel.

Vijfde Suburi
Verplaatsing naar de rechterkant of de linkerkant uit de aanvalslijn.
Hef je zwaard boven het hoofd en breng de rechter voet met een diagonaal stap over de aanvalslijn. Op het einde van de verplaatsing, komt je zwaard vertikaal te staan door een stap naar voor te nemen.
Vervolgens te herhalen met de linker voet.

Zesde Suburi
Het maakt niet uit welke voet naar voor is, een aanval is op elk moment mogelijk. Komt de slag aan de rechterkant bijvoorbeeld verleng je (met tsuki) de aanval met de rechter (voorste voet) voet naar voor, vervolgens een bescherming van je hoofd en de zijkant met je zwaard en tenslotte met een instap je slag geven.

Zevende Suburi
Het maakt niet uit welke voet naar voor is, een aanval is op elk moment mogelijk. Komt de slag aan de rechterkant bijvoorbeeld verleng je (met tsuki) de aanval met de linker (achterste voet) voet naar voor te brengen, vervolgens een bescherming van je hoofd en de zijkant met je zwaard en tenslotte met een instap je slag geven.

Belangrijk in Aikido

oefenen…
respect voor etiquette vanaf je intrede in de dojo
nette kledij
goed geknoopte gordel
hakama in de juiste plooien
zooris langs de tatami
jo, ken en tanto bij de tatami
afwachten van de lesgever in stilte
correcte seiza
respectvolle groet
dankbetuiging aan O sensei voor de weg die hij ons heeft voorgesteld
meester en leerling
opwarming en concentratie
vallen en opstaan
plaatsen en verplaatsing
observatie en actie
uke en tori
tori en uke
aanval en verdediging
nabootsen en onderzoek
balans en stabiliteit
werpen en immobiliseren
centrum en richting
energie samenbundelen
verbetering van de andere
verbetering van zichzelf
eenheid en harmonie
respect voor je partner
wederzijds begrip
verdraagzaamheid
stilte terug vinden
bezinnen tijdens slot ceremonie
oefenen
oefenen en nog oefenen…

Atemi

Doel van atemi in Aikido

Atemi is in aikido steeds in de techniek aanwezig als onmisbaar onderdeel. Het is geen techniek op zich, maar een gegeven dat de technieken efficiënter maakt, indien de atemi correct gebruikt wordt binnen de techniek.

Atemi is niet allleen maar een vuistslag.

atemi

Atemi waza is de kunst van het efficiënt te slaan, stoten en duwen op vitale punten alsook speciale knijptechnieken waarbij lichaamsdelen als natuurlijke wapens worden ingezet.

Feitenlijk is het een onderdeel van het Jiu jitsu. Het zijn vaak experts die met behulp van deze technieken het doden van tegenstanders voorkomen en ze op die manier controleren.

Meer specifiek in Aikido gebruikt men een atemi om de kracht van een aanval te controleren of de tegenstander af te leiden bij het begin van je oefening om je zo goed te plaatsen. Hierbij kan de atemi soms hard, soms zacht gebruikt worden. Vervolgens zal je soms een atemi nodig hebben om je verplaatsing te bekrachtigen of mogelijk te maken. En tenslotte kan je nog een atemi nuttigen voor je afwerking. Er kan dus een atemi gegeven worden op elk ogenblik. Echter, voor mij mag er dus geen sprake zijn van automatisme om een atemi te gebruiken, maar veeleerder een mogelijk hulpmiddel om je techniek te ondersteunen waar het noodzakelijk is.

Dus: Geef gerust een atemi waar het nodig is zonder het te gaan gebruiken als versiering voor je techniek.

  1. een finishing slag toebrengen indien nodig (maar dan moet je wel die atemi’s extra trainen);
  2. een tweede aanval verhinderen;
  3. juiste afstand houden;
  4. juiste richting inzetten;
  5. metsubushi: het zicht van je partner verstoren (hiervoor gebruik je een zeer lichte atemi);
  6. de positie en het evenwicht van je partner verstoren door via de atemi zijn aandacht van de aanval weg te nemen.

Niet on-interessant om te weten:

Dim-mak of kyusho, of namelijk het slaan op de vitale punten, het ene is een chinees woord, het ander de Japanse vertaling. Het isvooral gebaseerd op de Chinese accupunctuur en werd ontwikkeld voor eigen veiligheid en deze van familie of clan. In Dim-mak gaat men er vanuit dat er energie (chi) doorheen een aantal kanalen in het lichaam loopt, meridianen genoemd. Deze energie regelt, envoudig gezegd,alle organen en levensfuncties van het lichaam. Op deze meridianen liggen punten (tsubo) van waaruit men deze energie kan manipuleren in zowel de goede zin (accupunctuur) als in slechte zin (dim-mak of kyusho).

De kennis van deze punten kwam via deze Chinese gevechtskunstenaars naar Okinawa, waar zij opgenomen werd in de bestaande gevechtskunsten, te, zoals gekend in het Shuri-te, Tamari-te. Daar werd zij Ryukyu-kempo genoemd en deze had zoals dim-mak eveneens een helende als destructieve toepassing. Het was Funakoshi die een verwaterde vorm van deze kunst naar Japan bracht in het begin van vorige eeuw, waar deze door de Japanners werd geuniformiseerd en gecommercialiseerd, van naam veranderd en als karatedoorheen heel de wereld werd verspreid zoals hun judo (eveneens een verwaterde vorm van de lijf-aan lijf gevechtstecnieken van de samoerai), aikido en andere. Beoefenaars kunnen zich wel verdedigen , maar niet met dezelfde efficiëntie als voorheen.

In die vroegere tijden was het van levensbelang zich te kunnen verdedigen. Overal waren er families die meester waren in bepaalde vechtstijlen en die enkel geoefend werden in de familie en niet aan buitenstaanders werden aangeleerd en dit om een begrijpelijk lijfsbehoud. In dat verband geef je je eigen geheimen niet prijs. Zodoende zocht onder andere een zekere Chang bepaalde vormen van bewegingen opdat familie en eventueel een uitgelezen leerling, deze vechtkunst kon leren, onthouden en trainen zonder een ander pijn te doen of te doden. Daarvoor gebruikte hij een soort kata, een aaneenschakeling van abstracte bewegingen die men traag of snel zonder partner kon uitvoeren en waarvan alleen de ingewijde de betekenis kende.

Met hun kennis van Qi chong gaven zij aan bepaalde kata-vormen een extra dimensie, zodat er een kata voor een bepaalde techniek, in een iets gewijzigde vorm en lettend op de ademhaling en de chi-stroom, een oefening werd, die goed voor de lichaamfuncties waren. Deze werd dan de oorspronkelijke dim-mak genoemd, met al zijn zelfverdediginstechnieken en genezende aspecten.

In de late 19de eeuw werd de originele vorm van dim-mak uiteindelijk taichi chuan of taiji quan genoemd. Het huidige onderwezen tai chi heeft weinig meer te maken met de originele vorm en wordt voornamelijk onderwezen voor zijn helende en ontspannende werking. De oorzaak zou een bijeenkomst van alle gekende meesters in het begin van de jaren 1900, waarin beslist werd buitenstaanders van deze toen nog geheime kennis te weren. Dit werd vrij goed opgevolgd door de meesten, die zelfs de minder harde aspecten nog weglieten. Ze verklaarde zich akkoord hun kennis enkel door te geven aan een geselecteerd persoon. Zo bleef deze kennis toch in het geheim bestaan, totdat een tiental jaren geleden onder anderen door Erle Montaigue het moment rijp achtte deze via boeken, video enz vrij te geven.

Hakama

Algemeen is een hakama in een donkere kleur geverfd. Symbolisch stelt de hakama(onder), samen met de witte gi(boven) de vereniging van tegengestelden (jin & jang) voor.

De negatief principe of In (yin) wordt vertegenwoordigd door wit (Keiko-gi) De bovenste gedeelte van ons lichaam moet inderdaad volledig ontspannen zijn bij het uitvoeren van de bewegingen om onze energie te laten doorstromen.
De positief principe of Yo (yang) wordt vertegenwoordigd door zwart (hakama) Onze houding moet sterk en stevig zijn om ons te verankeren in de grond.
Zo zijn die twee polariteiten verenigd ter hoogte van je hara, namelijk ter hoogte van je gordel. Het is zo dat je hara de centrum is van alle bewegingen,of eigenlijk de vrucht van een correct harmonie tussen die twee principes.

Een stukje geschiedenis
hakama-1Het gebruik van de hakama gaat al heel ver terug. In de 10de eeuw na Christus is de eerste documentatie over de hakama reeds gevonden. Men gebruikte de hakama in de rechtzaal en op het kijzerlijk hof. Van hieruit bereikte het meerdere klassen hieronder. De kwaliteit van de hakama verschilde danook per klasse. Dit alles had natuurlijk te maken met de welgesteldheid van de Japanner in die tijd. De bekendste Drager van de broekrok blijft echter de Samurai. Deze 24 uur per dag soldaat was altijd herkenbaar aan zijn hakama, zijn werkkleding. Dit is de zgn bajou bakama, de paardrijhakama. De hakama was oorspronkelijk bedoeld om de benen van een ruiter te beschermen. Net zoiets als de leren “chaps” van een cowboy. Leer was echter een schaars goed in het oude Japan.

Daarnaast had je de tsutsu bakama, de pijphakama. Deze werd gebruikt in de tijd van oorlog en door boeren op het veld. Hij werd ook wel no bakama genoemd, veld-hakama. De bajou bakama is de hakama die we vandaag de dag het vaakst zien.

De hakama’s die vrouwen droegen, leken meer op moderne rokken en werden gedragen bij formele gelegenheden. De vrouwelijke strijders droegen geen hakama. Pas veel later begonnen de vrouwen de broekrok te dragen bij vechtkunsttraining.

In de tijd van O Sensei was iedereen verplicht een hakama te dragen ongeacht de graduering. Het witte (keiko-gi) trainingspak werd gezien als onderkleding en was het erg onbeleefd om geen hakama te dragen.
Er zijn getuigenissen van toenmalige inwonende aikidobeoefenaarsdat Morihei dan compleet door het lint ging en dat de persoon in kwestie de training vanaf de kant maar verder moest volgen! (dixit Saito)

Doordat de meesten echter te arm waren zag je een bonte verzameling van de hakama. Mocht je geen familielid hebben die er toevallig één had, dan knipte men er één uit een foeton en verfde deze. Ook de lengte varieerde nogal eens. In het naoorlogse Japan waren veel dingen moeilijk te krijgen, inclusief textiel. Vanwege dit gebrek trainden zij zonder hakama. Ze probeerden hakama’s te maken van verduisteringsgordijnen.

Maar omdat de gordijnen jaren in de zon hadden gehangen viel de stof bij de knieën uit elkaar zodra we suwariwaza gingen doen. Ze waren voortdurend bezig deze hakama’s op te lappen. Onder deze omstandigheden kwam Tamura sensei met het voorstel: “Waarom zeggen we niet gewoon dat het geen probleem is om te trainen zonder hakama totdat je shodan bent?” Dit idee werd naar voren geschoven als een tijdelijke gedragsregel om uitgaven te beperken. Het idee om dit voorstel te accepteren had niets te maken met de hakama als symbool voor dan-graduering.

De vouwen in de hakama

Er bevinden zich zeven vouwen in de hakama. Vijf aan de voorzijde en twee aan de achterzijde.
De twee plooien aan de achterkant ontlenen hun betekenis uit een vers van een Japanse mythe. Volgens dit verhaal hielpen de twee Japanse oorlogsgoden Take-Mikazuchi-no-Kami en Futsu-Nushi-no-Kami de belangrijkste god Amaterasu-Omikami de god van de zon, om van het verdeelde Japan één natie te maken, puur met waardigheid, zonder wapens te gebruiken.
Musashi_ts_picDe Koshi-ita, een versteviging op de rugzijde die de achterste plooien bij elkaar houdt, vertegenwoordigd Amaterasu-Omikami. Het geheel staat voor Wa (harmonie).
De vijf plooien aan de voorkant staan voor de vijf principes waaraan men zich dient te houden; Zij representeren samen de zeven deugden van Budo.

Voorzijde
Jin (menslievendheid),
Gi (eer en gerechtigheid),
Rei (beleefdheid en etiquette),
Chi (wijsheid en intelligentie),
Shin (oprechtheid),

Achterzijde
Chu (loyaliteit),
Koh (vroomheid).
Deze deugden vinden we terug in de samurai uit het verleden. Deze deugden zijn door veel generaties doorgegeven en belichamen de ware Budo gedachte, een gedachte waarvan aikido deel uitmaakt.

 

Hoe zit het met de hakama in de hedendaagse budo?
Beoefenaars van Iai-do, kendo, Jodo zijn enkele andere krijgskunsten waar de hakama gedragen wordt.

Wanneer mag de hakama worden gedragen?
Laten we ons alleen tot aikido beperken, daarin zijn de verschillen al groot genoeg. Elke organisatie houdt er zo zijn eigen ideeën op na. Bij de een is het dragen van een hakama verplicht vanaf dag 1 terwijl bij anderen het recht van dragen verkregen wordt bij het behalen van de zwarte band (shodan). Ook verschilt het tijdstip van dragen bij mannen en vrouwen nogal eens. Waar mannen de hakama mogen dragen bij hun shodan, mogen vrouwen hem al dragen tijdens hun kyugraden.
Tamura Sensei geeft aan dat iedereen die Aikido serieus beoefent, een Hakama kan gaan dragen. Wij houden ons aan de regel dat je vanaf je 4de kyu een hakama kunt dragen. Nogal een verscheidenheid dus!
Over de kleur zijn we het eigenlijk wel eens: blauw of zwart waarbij de laatste het meest algemeen is.
Afsluiten doe ik met de volgende: “Katachi dewa naku, kimo-chi”
Niet de vorm, maar het gevoel erachter is het belangrijkst.

De hakama wordt gedragen uit respect voor de traditie, omdat hij de rug verstevigt en de cirkelvormige bewegingen onderstreept door de beweging van de plooien. De Hakama is geen teken van superioriteit ten opzichte van medestudenten die er (nog) geen dragen.

Het is je misschien niet opgevallen, maar er komen steeds meer hakama’s op onze tatami. Gefeliciteerd en welkom! Het valt misschien nog minder op, maar al deze zwartrokken hebben een eigen manier om de stof te knopen. Pas op: hiermee wil ik niet zeggen welke manier de beste is! Het is namelijk sterk afhankelijk van de lengte van de banden, de intensiteit van je training of je lichaamsbouw. Wat belangrijk is dat hakama en je obi op of tegen je heup behoren. Daarom moet hij vrij los aangespannen worden. Het voordeel is het onbelemmerd ademhalen en de vrije bewegingen. Je ki zit dan minder ingesloten en je lichaam beweegt meer als een geheel.

Rei

Buki-waza versus taijutsu-waza samenspel

reiUke (aanvaller) valt Tori (verdediger) “echt“ aan. De intentie van uke moet zijn om tori uit balans te krijgen en hem zo te controleren. Uke is dus niet op harmonie uit in zijn/haar aanval. Tori (ver-)plaatst zich en aanvaardt de
aanval van uke. Tori maakt dus contact met uke. Hij geeft uke wat hij krijgt van hem/haar, niet meer, en niet minder. Uke valt aan totdat hij/zij niet meer kan, want dan “ontsnapt” hij/zij via een roltechniek of aanvaarding met een klemtechniek. Alle aikidobeoefenaar kennen deze samenspel.

De technieken ontstaan vanuit een samenkomen van energie.
Een aanvallende energie en een verdedigende energie.

Het spannende aan dit gebeuren is de voortdurend veranderende dynamiek, de onverwachte ontwikkelingen die kunnen plaatsvinden, de onvoorziene uitkomst. En het spel komt pas echt tot zijn recht bij “vrije” beoefening of jiju-wasa en/of randori, d.w.z. vrije aanval en/of vrije verdediging, waarbij doelgerichtheid bij uke om aan te vallen belangrijk is en doelgerichtheid van tori om een bepaald techniek uit te voeren juist vertroebelend kan werken. Men moet nooit anticiperen, maar het spel zijn werk laten doen, en aanvaarden dat wat ontstaat.

Maar er is meer!

In Aikido is de notie “rei” essentieel. De taak van de leraar is dit zojuist over te brengen op de leerlingen.
Als deze overdracht faalt, zal de ontwikkeling van de leerling mogelijk een verkeerde richting nemen en de ware betekenis binnen de training gaat dan verloren. Rei is een uitdrukking van respect, dus ook wederzijds respect tussen uke en tori.

Maar velen vergeten alles over rei wanneer het ego toeneemt op het moment dat bijvoorbeeld hij/zij zelf leraar(es) zijn of een graad toegekend krijgen. Zowel de ontwikkeling van de geest als de techniek moeten in balans blijven. Wanneer dit niet het geval is vergeet men al snel de bescheidenheid van rei. Men wordt weleens overmoedig, trots en/of zelf arrogant.

Geestelijke ontwikkeling en zuiver techniek kunnen op nogal verschillende aspecten benaderd worden en er hoeft zelfs niet altijd een verband te zijn tussen deze twee. Aikido is daarom leerzaam, omdat het kan leiden tot ontwikkeling op beide vlakken en zowel geestelijke groei kan leiden tot een betere techniek, als omgekeerd.

Echter, als de technieken te oppervlakkig worden aangeleerd zullen leerlingen in verwarring raken. Als alles enkel op techniek gestemd wordt kunnen er nog grotere misverstanden ontstaan. Het voortdurend werken aan de geest mag nooit uit het oog verloren worden.

Een ander voorbeeld van rei ligt in het samenspel in wapenwerk namelijk, tussen uchidachi, degene die de techniek ondergaat, en ukedachi, welke de techniek uitvoert. Op dit punt  bestaat ook veel onduidelijkheid bij de beoefenaars. Beiden hebben een verschillend psychologisch gezichtspunt. Dit is een zeer belangrijk punt dat gehandhaafd en bewaard moet blijven. Dit essentieel verschil geeft goed de rollen weer binnen wapentraining.

Voor een buitenstaander lijkt het dat uchidachi (verliest) en ukedachi (wint) maar er zit meer achter. Uchidachi moet de geest hebben van een opvoeder. Uchidachi leidt ukedachi door een oprechte aanval aan te bieden; hierdoor zal ukedachi het gevoel gaat ontwikkelen zoals het leren verplaatsen, juiste afstand, geestelijke scherpte, gevoel voor openingen en concentratievermogen verbeteren.

Uchidachi moet naast correcte techniek ook een dosis van bescheidenheid gebruiken. De rol van uchidachi is dus vitaal. In traditionele zwaardscholen werd dit toebedeeld aan de meest gevorderden om de rol van aanvaller te “spelen” en de techniek te ondergaan. Dit om er zeker van te zijn dat de aanval correct werd uitgevoerd en met de juiste instelling.

Uchidachi moet een voorbeeld zijn van zuivere en doelgerichte aanvalslijnen, en moet daarnaast ook een intensiteit en een gevoel voor de ernst van een gevechtssituatie overbrengen.

Als uchidachi de ouder of leraar is, dan is ukedachi het kind, de leerling. Het doel voor ukedachi is dat eigen te maken wat aangeboden wordt in de vorm van een aanval van uchidachi.  Helaas zien vele leerlingen dit als het testen of als een competitievorm van kracht en techniek tegen die van Uchidachi. Deze competitie leidt niet tot betere techniek noch een geestelijke groei, omdat de juiste relatie tussen Ukedachi en Uchidachi niet in aanwezig is. Het uitvoeren van de technieken met de juiste instelling draagt bij tot een mentale groei van de leerling.  De rollen van uchidachi en ukedachi zijn totaal onafhankelijk van de graad en/of ervaring van de beoefenaars. Door training leren beiden geven en ontvangen.  Alleen op deze manier is het mogelijk om zowel een geestelijk als technisch te groeien. Er is een verschil tussen het proberen de juiste geest te bewaren en daar niet volledig in slagen, of een volledig gebrek aan begrip en inzet in die richting.

De rol van uchidachi is om te leiden en te sturen, niet om je ego te laten gelden. Het is trouwens verloren tijd wanneer ukedachi probeert om uchidachi te “overwinnen”. Sugano Sensei neemt wel vaker de rol van uchidachi, zelfs met beginners is hij even aandachtig en ernstig. Dit is de rol van uchidachi welke moeilijk te doorgronden en te begrijpen is op het eerst gezicht, en dus lijnrecht tegenover staat met wat we vaak zien. Namelijk, de gevorderde die op anderen indruk wil maken en laten zien wat hij allemaal wel weet/kan. Hierdoor is de kans groot dat men vervalt in competitief gedrag. Uchidachi laat ukedachi groeien door zichzelf op te offeren. Het is met deze inzet waarbij ukedachi zijn eigen geest zal kunnen ontwikkelen.

In elk van onze trainingen moet het begrip van deze zelfopoffering en bescheidenheid in respect sterk aanwezig zijn, de rest is tijdsverlies.

Aikido is niet bedoeld om te winnen of te verliezen, maar om anderen te helpen groeien op hun levenspad.
Dit is de “spirit” waarin wij moeten trainen, elke keer weer. De relatie tussen uke (uchidachi)  en tori (ukedachi), de dynamiek van hun energieën is volgens mij een mooi balansoefening in respect. Het samenkomen van energieën, die zogenaamde aiki, die zo moeilijk te vatten is!

Het interessante echter is dat aan het einde van de techniek, tori uke wordt, en uke tori. (Lees: ukedachi uchidachi wordt, en uchidachi ukedachi).

Imawo-ikiru

osenseo_0Het is onmogelijk aikido te beoefenen zoals Morihei Ueshiba dat deed.

Allereerst, we leven in andere tijden en de meeste beoefenaars wonen in een andere cultuur (zelfs voor de Japanners, want je kunt het Japan waarin O sensei, leefde niet meer vergelijken met het Japan van nu). Verder, althans voor de meeste beoefenaars, wijden we niet ons hele leven aan aikido. Het wordt daardoor een moeilijke taak om alle elementen van aikido te leren bevatten en zich eigen te maken.
Het resultaat is dat alle leraren daarom uit aikido halen wat ze begrijpen en goed kunnen. Dat verklaart misschien wel de verschillende stijlen of stromingen die we kennen in aikido; aikido als krijgs- en bewegingskunst, als Weg tot zelfontplooiing, als spirituele zoektocht; aikido als een manier om ‘ki’ en harmonie te ontwikkelen, als pure zelfverdediging, als Weg naar vrede en dan heb je nog alle tussenvormen.
En toch denk ik dat we aikido geen “goed” doen door het op te delen, waardoor we vooral de verschillen benadrukken. We beperken hierdoor zeerzeker de mogelijkheden van de krijgskunst. Volgens mij is het juist interessanter te onderzoeken wat deze stijlen of stromingen met elkaar gemeen hebben.

Dat zijn in de eerste plaats bepaalde technische vaardigheden. Wil je goed bewegen, in harmonie met de aanval komen, je kunnen verdedigen tegen een aanval of tot spirituele ontwikkeling komen, dan moet je een bepaalde technische bagage hebben. In het algemeen wordt daar tijdens de training de meeste aandacht aan besteed, omdat dit het meest tastbare deel is. Bewegingen en klemmen zijn het gemakkelijkst te leren.

In de tweede plaats is dat een verandering van bewustzijn. Het gaat er om dat je een “momentbewustzijn” leert te ontwikkelen. In aikido als pure zelfverdediging bijvoorbeeld, zal je moeten reageren op wat er op je af komt, zonder plannen te bedenken. Bij een onverwachte aanval is daar immers geen tijd voor. Het gaat hier niet enkel om snel te kunnen reageren, maar om adequaat te kunnen reageren. Je moet doen, wat je moet doen! Dit “momentbewustzijn” heb je ook nodig bij de andere stijlen van aikido, zoals spirituele ontwikkeling of “ki” ontwikkeling.
Je moet jezelf kunnen wegcijferen. Niet denken aan wat nog komen gaat, niet aan wat geweest is, niet dagdromen, niet suffen. Je moet alert zijn. Je moet helemaal in het hier en nu zijn, open staan voor wat er nu op je afkomt, bereid om nu te reageren.
Dit momentbewustzijn kun je natuurlijk niet beperken tot aikido. Zo heb je er een bepaalde levensinstelling voor nodig, waarvan ook je leven buiten de mat zal zijn doordrongen.

Op de mat kun je het momentbewustzijn ontwikkelen vanuit verschillende elkaar aanvullende methoden. Misschien wel de belangrijke methode is in stilte oefenen (voor de meeste ook uiterst moeilijk). Tijdens meditatie oefen je in stilte en word je alleen voortdurend bestookt door een soort bombardement van gedachten. Daar proberen we  juist innerlijke stilte te bereiken. Tijdens de oefening van technieken ligt dat anders, omdat je nu geconfronteerd wordt met partners en de anderen  (extern) om je heen. Zwijgend werken is dan moeilijk. Zolang je praat echter, ben je intellectueel bezig met iets. Dat is juis niet gunstig voor de ontwikkeling van je momentbewustzijn.
Een even boeiende methode is werken aan de perfecte samenvloeiing, dus precies op tijd reageren op een aanval. Je reactie moet door je centrum (hara) worden gestuurd, en niet door je hoofd. Met andere woorden, je intuïtie gevoel moet steeds belangrijker worden.
De laatste methode die ik hier noem, is een techniek zo goed mogelijk uitvoeren, steeds weer opnieuw en opnieuw. Niet stoppen tijdens een beweging, je niet ergeren omdat het niet gaat zoals je wilt, maar steeds opnieuw klaar staan om een volgende aanval tegemoet te treden.

Aikido perfect beheersen in al zijn facetten, betekent dat je de techniek meester bent, maar ook dat je beschikt over het momentbewustzijn. Voor de meeste aikidobeoefenaars betekent dit dat ze aikido nooit perfect zullen beheersen welke je stijl of stroming je volgt. Er liggen te veel afleidingen op de loer zowel op de mat als in je dagelijks leven. Maar op zich geeft dat niets.
Wel moet je de uitdaging blijven zien in je aikidobeoefening. Als je niet meer uitgedaagd wordt, blijf je stilstaan. Als je het idee hebt de bewegingen, de klemmen en worpen allemaal al gezien te hebben, ga dan verder in je zoektocht en duik in het fascinerende van het momentbewustzijn. Zo blijft je aikido een continue uitdaging.

Kuzushi

Balansverstoring

kuzushiDe oorsprong van de Aikidotechnieken ligt in de vele slagvelden in Japan, waar de samurai gewend was om te vechten tegen meerdere tegenstanders op leven en dood. Aikido zoals we die vandaag kennen heeft de bedoeling om minder destructief te zijn (wel even effectief als vroeger) en de nadruk ligt nu zowel op de oorspronkelijke strijdtechnieken als op het ontwikkelen van een vreedzaam karakter.

Daarom kan je Aikido een verdedigingskunst noemen. Je leert er geen aanvalstechnieken of geweld te gebruiken; het is wel efficiënt doordat het gebruikmaakt van de energie, aanvalsrichting en intenties (gedrag) van de tegenstander, terwijl je zelf een correcte “in balans” houding moet aanhouden. Omdat je bij Aikido de beweging en de energie overneemt, kun je een nieuwe richting geven aan de beweging van de tegenstander. Op deze manier kun je iemand fysiek “uit balans” brengen.

De balansverstoring (in het Japans kuzushi) wordt gezien als de opening of het begin van elke techniek. Door de tegenstander af te leiden of op het verkeerde been te zetten door zijn balans juist te verstoren, heb je net die fractie van een seconde voorsprong om goed je techniek in te zetten. Hiervoor wordt de kracht van de tegenstander gebruikt en niet tegen gewerkt. Door mee te geven in de beweging van de aanvaller, wordt de “verdedigende” techniek des te sterker. In eerste instantie zal je aanvaller niet eens door hebben dat je als verdediger het initiatief over neemt. Voor hij (zij) het weet heb je hem onder controle.

Maar Aikido is ook meer dan een verdedigingskunst. Aikido kun je ook toepassen in de dagelijkse omgang met de mensen om je heen, zoals bijvoorbeeld in conflictsituaties. Dan heb je het over het mentaal aspect van aikido. Het principe van meegeven en ombuigen kan je dus ook toepassen in conflictsituaties. Door te denken op “de aikido manier” kan je je tegenstander uit balans brengen en zijn aanval omzetten in jouw verdediging. Als iemand je uitmaakt voor “rotte vis”, ga je dan niet in verweer, maar ga je met die persoon mee door bijvoorbeeld te zeggen: “En dat is alleen nog maar wat jij ziet. Je moest eens weten hoe ik thuis ben”. En daarna “ontwapen” je hem met een opmerking als: “Ik ga even een koffietje halen, voor jou ook één?” Welnu, met je onverwachte reactie nodig je je tegenstander uit tot communicatie, en komt het niet tot een gevecht/conflict. Hoe beter je de verborgen boodschappen in communicatie doorziet, des te beter je de kunst van aikido gaat kunnen beheersen.

Als je de werkelijke motieven van je tegenstander leert begrijpen, zal je zien dat die aanvallende houding vaak voortkomt uit frustratie, angst of andere pijn. Deze pijn kun je helpen verzachten door je tegenstander even lekker zijn gang te laten gaan, hem de ruimte te geven en zo eigenlijk een nieuwe balans te genereren.
Dit strategisch rollensituatie met als doel inzicht te krijgen in het verloop van een “gevecht”, is gericht op zelfbescherming en zelfontplooiing in een creatieve strijd en in samenwerking met anderen. Het laat je toe in staat te zijn verschillende elementen van ons menszijn nader te onderzoeken en begrijpen en je zo mentaal en fysiek te vormen temidden van een omgeving die toch vrij prestatiegericht is.

Op elke training moet je de factor gevaar zorgvuldig en gedoseerd leren gebruiken. Alle dingen in het dagelijkse leven die je fysiek en mentaal uit balans halen, noem je gevaar. Zo leer je juist beter om te gaan met balansverstoring in de meest brede zin van het woord. Centraal staan hier het afleren van aangeleerde stressreacties, het ontwikkelen van gerichte aandacht en een correcte houding om zo tot een nieuwe balans te komen.

Sumikiri

Wanneer de driehoek, de cirkel en het vierkant één worden, ontstaat er in een sferische omwenteling een stroom van Ki.

sumikiri-1

Sumikiri betekent in het Japans: “Actie om de 4 hoeken van een vierkant te snijden.”
Dit symbolische beeld illustreert het werk van harmonisatie / coördinatie van de geest en het lichaam dat vaak gebruikt wordt als definitie van Aikido.

Hierna wil ik wat waarden en principes kort beschrijven die hiermee verbonden zijn:

sumikiri-2Alles begint met een houding van medeleven of welwillende aandacht t.o.v. de andere. Doorheen de ervaring van je partner kan je jezelf ontwikkelen en evolueren. Met deze ingesteldheid veranderde O Sensei aikido van loutere zelfverdediging naar een weg naar harmonie.

De kunst van Sumikiri, een lichamelijke en geestelijk opvoeding, maakt het juist mogelijk om de echte oorzaak van agressie te leren beheersen.
Deze gedachtengang laat je toe, je lichamelijke en psychologische spanningen op te lossen, teneinde je te kunnen concentreren op je oefeningen, en dient niet zozeer als een primaire methode van zelfverdediging, maar veeleer als een anti-stress systeem en een individuele beheersing.

Al de bewegingen die wij met onze partner uitvoeren zijn spiraalvormig, gemaakt van evenwicht, van leegte en vulling, afwisselingen, expansies, samentrekkingen, in- en uitademingen, van ritmes en draaiingen. Deze bewegingen wisselen zich af van yin naar yang. Aldus spelen wij met de partner volgens het principe van de eindeloze beweging die de verschillende stappen van geboorte – groei – aftakeling – dood – herboren… omvatten.

Zoals Morihei Ueshiba het zei : “eens je ze in je hart draagt, zal je ze de weg kunnen wijzen tussen hemel en aarde”. We moeten dus in de richting werken dat er een constant harmonisch herschikken ontstaat van ‘tijd en ruimte’ tussen wat we de aanvaller en verdediger noemen. De aanvaller is hier dus geen tegenpartij maar een partner. Hij is het verschil waarmee je onophoudelijk rekening moet houden. Maar hij is ook de spiegel waarin onze fouten en onze positieve ervaringen weerspiegelen. Er moet dus eerst een bewustwording ontstaan, dat tot doel heeft een lang, harmonisch, leven te leiden.

Enkele voorbeelden zijn:
De ander (aanvaller) zoals een partner aanvaarden, en niet zoals een tegenstander.
Je energie of Ki, door de kracht van de ademhaling laten uitstromen.
De aandacht van de partners echt waar te nemen.
Je in hun plaats kunnen inleven en de reacties waar nodig anticiperen.
Handelen in vertrouwen en met vertrouwen.

De niveau’s van deze gedachtengang of systeem zijn gebaseerd op traditionele criteria (een beetje te vergelijken met de kyu-graden):

Sho Mokuroku
acties die nog slordig en hoekig zijn, die vooral gelinkt zijn met het instinct en spierkracht.

Jo Mokuroku
het impliceert het begrip absorptie en richting geven van de energie.

Hon Mokuroku
die de Kunst van “Niet-Handelen” benadert, is wanneer het lichaam en geest verenigd zijn en een harmonische beweging ontstaat met een gevoel van centrum.

Menkyo
is de spontane actie die (door de toepassing van de hierboven besproken principes) wordt veroorzaakt en het mogelijk maakt om op het “juiste moment” te handelen.

Kaiden
d.w.z het totaal begrip en de permanente toepassing van het systeem.

De Kunst van Sumikiri heeft dus als doel de Meester in ons te wekken, ver van de geluidshinder, opwinding en ijdelheid van de buitenwereld.